Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Literatuur. Alle posts tonen

zaterdag 28 april 2012

Open brief aan Herman Heijermans

Geachte heer Heijermans,

Of mag ik u na onze vruchtbare samenwerking misschien tutoyeren en Herman zeggen? De afgelopen veertien maanden hebben wij met z´n tweeën een zeer goed ontvangen toneelstuk geschreven en daar wil ik je via deze weg voor bedanken.

Doordat jij in 1924 al bent begraven, heb je niets van de lof kunnen oogsten die door alle bezoekers van ons sprookje is geuit de afgelopen week. Toch denk ik dat onze bewerking van De wijze kater ook jou heel wat heeft opgeleverd.

De stukken waardoor jij bekend bent geworden zijn allemaal zeer geëngageerd. Af en toe onder namen als Samuel Falkland of Koos Habbema, maar steeds zijn je verhalen maatschappelijk betrokken en druipt het socialisme van de bladzijden. Sjacheraars en mijnrampen komen langs in toneelstukken als Ghetto en Glück auf! Een tweede herkenningspunt in al je verhalen is dat ze bijna stuk voor stuk zwaarmoedig zijn. Wie kent niet Op hoop van zegen waarin Kniertje haar man en vier zoons verliest, doordat ze omkomen op zee? Ik vind het prachtige verhalen, maar leerlingen van tegenwoordig, die ik toch bekend met je werk wil maken, kunnen daar niet mee omgaan. Doubleurs in vier havo en vijf vwo verzuchten aan het begin van hun tweede keer: 'Als we dit jaar maar niet weer Op hoop van zegen gaan doen.'

Op dinsdag 12 oktober 2010 zag ik in de Stadsschouwburg in Eindhoven Het toneel speelt die hun bewerking uitvoerden van een stuk van jou dat mij tot dan toe totaal onbekend was: De wijze kater. En daarin herkende ik helemaal niks van jouw stijl! Het was vrolijk en boosaardig, een sprookje bijna, dat iets weghad van De gelaarsde kat. Hier en daar was het wel degelijk geëngageerd, maar verder was het helemaal geen echte Heijermans. Het was een van de beste toneelstukken dat ik in tijden had gezien. Ik zag mijn kans schoon! DIT moest ik leerlingen laten zien om ze te leren dat jouw werk nog steeds de moeite waard is!

Ik haalde bij de antiquaar jouw originele script uit 1917. Qua taalgebruik grotendeels ongeschikt. Niet om je willen beledigen, maar we leven nu eenmaal in de eenentwintigste eeuw. Ook was het voor deze tijd te lang en wilde ik bepaalde zaken in de originele verhaallijn aanpassen. Ik maakte de eerste afspraken met de regisseur van ons schooltoneel en begon De wijze kater te bewerken, daarbij al in het oog houdend dat ik de koning wel heel graag zelf zou willen spelen. Ook voor Hans en Jonathan had ik al leerlingen op het oog die dat zouden moeten spelen. Gelukkig verschenen zij ook voor de audities en hebben zij uiteindelijk die rollen gespeeld.

Afgelopen week was het namelijk zover! Mijn... eh... onze wijze kater stond op de planken. Ik ben dichter bij het origineel gebleven dan de professionele variant waar voor mij alles bij begon. Het is een mooie fifty-fiftymix geworden van jouw en mijn woorden en de reacties waren overweldigend. Natuurlijk waren er de meeste lovende woorden over het spel, maar ook ons script is buitengewoon goed ontvangen. Eindelijk weten leerlingen dat jij wel degelijk prachtige verhalen schrijft, die niet per se zwaarmoedig hoeven te zijn.

Ik heb je daar graag bij geholpen, ook al heb ik de geëngageerde laag er volledig afgestroopt. Of je zou als moraal dingen aan willen dragen als 'Een bakkersdochter is goed voor een avontuurtje'. Ik hoop dat je me de vrijmoedigheid vergeeft op deze manier met jouw woorden om te gaan en dat je je kunt vinden in wat ik ervan heb gemaakt. Ik heb in elk geval genoten van kijken, lezen, schrijven, repeteren, uitvoeren en lof in ontvangst nemen.

Bedankt daarvoor.

Ruud Beerens

maandag 20 februari 2012

Hoogste tijd


Opgedragen aan Harry Mulisch

Ik denk dat ongeveer de helft van de kennis die ik nu bezit, afkomstig is uit Suske-en-Wiskealbums. Die las ik, toen ik een jaar of zeven was, helemaal kapot. Nog steeds denk ik dat Suske en Wiske lezen de beste manier is om een kind de wereld te leren kennen. Opeens was het moment daar dat ik alle strips uit de reeks tot dat moment uit had. Een dag later overleed Willy Vandersteen. Dat is niet zo'n akelig gegeven, als dat bij een op zichzelf staande gebeurtenis zou zijn gebleven.

Voor mij was het natuurlijk ook tijd geworden om me in echte literatuur te verdiepen. Natuurlijk wel nog aangepast aan mijn leeftijd. Ik verslond De heksen, Sjakie en de chocoladefabriek en mijn absolute favorieten Matilda en Gruwelijke rijmen. Ik weet dat Roald Dahl ook veel schreef voor volwassenen, maar daar was ik nog niet aan toe. Onvermijdelijk kwam het moment waarop ik met De reuzenperzik het jeugd-oeuvre van deze schrijver voltooide. Het werd Roald Dahl een dag later fataal.

Op school werd ik gewezen op het boek Niemand houdt mij tegen van Evert Hartman. Ik vond het prachtig en begon aan een prachtige serie avonturen als Gegijzeld, Oorlog zonder vrienden en De voorspelling. Stuk voor stuk hoogstaande jeugdliteratuur en heel wat interessanter dan suffe verhalen over bebrilde zwerkballers. Ook aan die avonturen kwam een einde. Als laatste las ik De vloek van Polyfemos, mijn eerste kennismaking met de Odyssee. Voor mij opende het de wereld van de echte 'volwassen' literatuur. Voor Evert Hartman de hemelpoort. Homerus was gelukkig al lang dood.

Dit was het moment dat ik begon na te denken over mijn akelige gave. Tot nu toe had ik dit alles slechts toegeschreven aan toeval. Mijn nieuwe literaire held leerde me echter dat het toeval niet bestaat. En wat het woord rabiaat betekent. Grotere auteurs heeft Nederland niet gekend. En dan heb ik het niet eens alleen over de boeken, maar ook over de mythe rondom de persoon van Harry Mulisch zelf.

En toen zat ik met een dilemma. Na magnum opus De ontdekking van de hemel en De aanslag wilde ik meer. Ik kwam bij prachtige oudjes als De elementen en De diamant terecht. Ik las zijn visie op spelling in Soep lepelen met een vork, zijn onbegrijpelijke poëzie en zelfs obscure werkjes als Wenken voor de jongste dag. Op de dag van verschijnen las ik Siegfried, nog steeds het enige boek waarin ik zo verdween dat ik het in één ruk uitlas. Toen was daar dat moment dat ik alleen nog Archibald Strohalm moest lezen. Maar dat zou ik pas gaan doen na zijn overlijden, want deze keer wilde ik het niet op mijn geweten hebben.

Maar ja. Mulisch schreef tien jaar lang niks. Ik moest het doen met Vonk, een niemendalletje om de aanbidders koest te houden. In de zomer van 2010 wilde ik niet langer wachten. Ik was benieuwd naar het boek en Mulisch schreef toch niks meer. Daarbij... die hele doodleesgave... het moet flauwekul zijn. Dus nam ik Archibald Strohalm mee naar Zuid-Afrika. Daar las ik het boek uit en in spanning wachtte ik de nieuwsberichten af. Die bleven uit. Mulisch stierf niet! Ik was het gelukkig kwijt!

Toen kwam ik thuis uit Afrika. Ik zette Archibald Strohalm terug in mijn verzameling en speurde mijn kast af om te zien wat er niet klopte. Ik stuitte op een boek, dat ik nog niet had gelezen. Een fikse roman nota bene! Hoe had ik dat over het hoofd kunnen zien? De drukte van het opstarten van een nieuw schooljaar kwam en ik besloot het boek te bewaren voor de herfstvakantie. Ik las het uit in oktober 2010. Een dag later kwam Harry Mulisch te overlijden. De titel van het boek: Hoogste tijd. Een mooier einde had de Meester zelf niet bedacht waarschijnlijk.