Posts tonen met het label Nepal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nepal. Alle posts tonen

dinsdag 4 september 2012

Het vervolg van Nepal: olifantensafari

We trekken opnieuw Chitwan National Park in, deze keer op de rug van een olifant. Ik ben helemaal geen liefhebber van olifantenritjes, maar de informatiebrief van Djoser meldde ons het volgende: 'Een safari buiten de hekken van Chitwan National Park vanaf de rug van een olifant geeft 100% garantie dat u witte neushoorns te zien krijgt'. De reisleider probeert dit al te nuanceren door te melden dat die kans hooguit 99% is. Nog steeds aanzienlijk, maar ik zie de bui al hangen.

Onze vertrektijd is duidelijk afgestemd op de plaatselijke buienradar: de hele dag valt de regen met bakken uit de lucht, maar stipt om half drie drijven de wolken uiteen, zodat we onze olifanten droog kunnen bestijgen. We klimmen op torentjes, vanwaaraf we in het bakje op de rug van de olifant moeten klauteren. Per olifant vier personen, zodat voor ieder een hoek van dat bakje is gereserveerd en iedereen zo'n fijne paal tussen de benen krijgt gedreven.

Dan begint de marteling. 2,5 uur met je benen langs een olifant bungelen is al vreselijk, maar de route loopt over paden die eigenlijk te smal zijn voor zo'n beest, waardoor je met je benen voortdurend door de boomtakken wordt getrokken. Sommige van die bomen hebben grote doorns, dus ik ben blij dat ik voor de verandering adviezen heb opgevolgd en een lange broek heb aangetrokken.

We zien al snel een hert. En een varken. En nog een hert. En nog een varken. Tenminste, dat roept de gids enthousiast. Ik verdenk dat varken er sterk van gewoon hetzelfde beestje te zijn als net, dat snel is omgelopen. We hobbelen van vlakte naar vlakte, maar de meeste weiden zijn leeg, of ze worden slechts begraasd door een nieuw hert of hetzelfde varken. Op het laatste veld staat een uitkijktoren, waar de olifant ons naartoe brengt. De gids stapt via de slurf af en gaat op de eerste verdieping van de toren naar de wc. Als hij terugkomt, belooft hij ons nogmaals een neushoorn, nu binnen enkele minuten.

We lopen langzaam om de toren heen. Op de achterkant van het bouwwerk is levensgroot een neushoorn geschilderd. Ik kan de grap niet waarderen en voel nu al dat er vanavond veel kramp door mijn benen zal trekken als gevolg van het bungelen. Ik ben dus erg blij als we eindelijk van die beesten af mogen.

Bij dat afstijgen staan meteen meisjes klaar met trossen bananen die we kunnen kopen om aan de olifanten te voeren. Ik doe daar gelukkig niet aan, maar een groot deel van de groep trapt er wel in. Met hun nieuwe aanwinsten stormen ze op de olifanten af, waar ze meteen worden tegengehouden door hun baasjes: de olifanten mogen helemaal geen bananen eten. Als we ons omdraaien zijn de verkoopstertjes uiteraard spoorloos verdwenen.

Gelukkig eten we 's avonds in hetzelfde restaurant, zodat we in elk geval deze dag mooi kunnen besluiten, voor we dit tegenvallende Chitwan voorgoed achter ons kunnen laten. Eindelijk gaan we écht de bergen in trekken. Na ons mislukte avontuur met de neushoorns hoop ik dat de lucht in Pokhara helder genoeg is om de acht-kilometerpieken van het Annapurnamassief in de Himalaya fatsoenlijk te kunnen zien!

zondag 12 augustus 2012

Chitwan National Park

In Chitwan staan we weer als vanouds vroeg op. We worden verwacht bij de rivier in de buurt, waarover we met uitgeholde boomstammen tussen de krokodillen door zullen varen, op weg naar een stuk jungle waar we een wandeling gaan maken met een gids.

Net als we in de boten stappen, begint het te regenen. We varen door de brede rivier en zien inderdaad hier en daar een klein krokodilletje liggen. Diverse prachtige ijsvogels komen voorbij, maar opmerkelijk genoeg zijn het vooral de bomen aan de kant die ik erg mooi vind. Na zo'n drie kwartier varen, zien we voor ons het onheil al hangen: net voordat wij aanmeren, doet een boot vol Chinezen dat ook. Zij zijn zo ongelooflijk luidruchtig, dat de kans op het zien van interessante dieren zo goed als verkeken is.

Onze gids legt ons uit wat we moeten doen als we daadwerkelijk oog in oog komen te staan met een neushoorn. Ofwel minimaal drie meter hoog een boom in klimmen, ofwel een spelletje met dat beest gaan spelen: tikkertje om een boom tot hij het opgeeft. Het feit dat deze gids niet eens een verdovingspistool bij zich heeft, geeft nu al aan dat onze missie zinloos is: we zullen geen enkele neushoorn gaan zien, laat staan een tijger.

In het begin proberen we het inderdaad serieus te nemen en in stilte tijgeren we door het bos heen, op één groepsgenote na die het niet interesseert of de rest van de groep iets ziet en hevig dudeljoënd door het oerwoud heen stampt. Zelfs de op die manier gelokte wielewaal laat zich niet zien. Af en toe roept de gids dat hij een hert ziet. Wij zien ze echter niet. Het enige wat we wel tegenkomen is een verse afdruk van een tijgerpoot, maar ik verdenk onze gids ervan dat hij daar een malletje voor heeft, waarmee hij in alle vroegte naar deze plek gekomen is om ons te misleiden. De opbrengst van de dag bestaat uit een bloedzuiger, een rups, een duizendpoot en twee eenden, zodat deze wandeling, ook al was het een crosscountry-door-alles-heenwandeling, een behoorlijke deceptie genoemd kan worden.

Als we terugkomen in de Rhino Lodge is de temperatuur alweer naar ongekende hoogte gestegen. Dan blijkt dat het in Nepal heel gewoon is om dagelijks een powercut in te lassen: zes uur per dag wordt hier, moedwillig, waarschijnlijk uit besparing, de stroom afgesloten. Dat begint op het heetst van de dag, zodat ontsnappen onder een ventilator of in de airco onmogelijk wordt gemaakt en het eindigt als het al twee uur donker is, zodat lezen, schrijven, eten en allerlei andere zaken slechts mogelijk zijn met behulp van kaarsen. Dat laatste is slechts ongemakkelijk, het eerste ronduit sadistisch.
De enige manier om verkoeling te bereiken is de rivier die achter de lodge stroomt. Dat het water waarschijnlijk niet al te fris is, vinden we niet meer belangrijk. Probleem dat wel overeind blijft, is dat er krokodillen in zwemmen. Gelukkig is er ook voor dat probleem een oplossing, want wat verderop in de rivier zijn olifanten aan het baden. En gouden stelregel in Nepal is: waar olifanten zijn, zijn geen krokodillen. Onze zo verdiende verkoeling krijgen we dus tussen een groepje olifanten. Als volmaakte douches sproeien de olifanten het water over ons heen en elke keer als ze ons met een voltreffer raken, lijkt het door de stand van hun onderlip alsof ze ons staan uit te lachen.

De rest van de dag breng ik zo veel mogelijk in de schaduw door, maar omdat ook dat geen enkele zin heeft, kruip ik op mijn kamer in een koud bad, waar ik blijf zitten tot we, in het donker, gaan eten. Half versuft roer ik in mijn lasagna, tot om acht uur plotsklaps het licht en de ventilatie aanschiet. Zienderogen verbetert mijn toestand, zodat ik toch nog kan genieten van mijn eten, waar eindelijk weer eens fatsoenlijk vlees in zit!

Op weg naar Nepal

Na onze slapeloze nacht in de hitte van Shivpatinagar starten we met de laatste etappe in India. We maken een korte fotostop om wat prachtige vogels, door sommigen ook kutmussen genoemd, op de gevoelige plaat te zetten, om daarna zonder te stoppen door te rijden naar de Nepalese grens. Daar stappen we uit om het laatste stuk te voet te doen. Meteen zijn we omsingeld door zo'n vijftien riksja's, die allemaal onze bagage naar Nepal willen brengen.

Wij hebben voor al onze bagage vier riksja's nodig, maar ja, wie kies je? Zodra de bagageklep van de bus open gaat, ontstaat er een gevecht! Om hun inkomsten veilig te stellen beginnen alle riksjarijders als dolle honden aan onze tassen te trekken. Hoezeer wij ook duidelijk blijven maken dat wij maar vier riksja's nodig hebben, en er ook niet meer zullen betalen, onze tassen worden in eerste instantie verspreid over tien fietsen. Ze beginnen van elkaar te jatten, en gaan op de vuist tot onze spullen uiteindelijk zijn verdeeld over vijf riksja's. Nog niet wat wij willen, maar zo gaan we op pad.

Eerst moeten we langs de Indiase grenspost om ons het land uit te laten stempelen. Dat gaat onverwacht snel en helemaal niet in stijl van de visumaanvraag. Blijkbaar zien ze je hier liever gaan dan komen. Een kleine wandeling later verschaft een grote poort ons toegang tot het veel toegankelijkere Nepal. Een nieuw stickertje wordt in ons paspoort geplaatst, waarna we onze tassen opzoeken. We betalen, zoals we ze duidelijk hadden gezegd, voor vier riksjarijders. Terwijl zij alweer een nieuwe ruzie starten over de verdeling van het geld, zitten wij al lang en breed in de bus die ons naar Chitwan moet brengen.


Nepal lijkt in eerste instantie veel op Nederland. We zien niks anders dan verre uitzichten over platte weilanden met koeien. Hier en daar komt een reclamebord voorbij van Oranjeboom, het ultieme Nederlandse koppijnbier. Gelukkig komt daar snel verandering in, als we met ons busje de eerste uitloper van de Himalaya beklimmen. Op de top van dit eerste 'heuveltje' genieten we van een heerlijk noedelsoepje en van een weids uitzicht over het dal.

Na de lunch komen we in onze eerste Nepalese file terecht. Een flink eind verderop schijnt een ongeluk te zijn gebeurd. We sluiten een tijdje aan, maar als onze chauffeur in de gaten krijgt dat we geen centimeter opschieten, draait hij uit de rij en slaan we de eerste de beste zandweg in die we kunnen vinden. Na heel wat gehobbel door de plassen en over de stenen draaien we weer een verharde weg op. We hebben een heel stuk gewonnen in de rij en kunnen nu redelijk snel weer gewoon doorrijden, zodat we vroeg in de middag al Chitwan National Park bereiken, waar we onze intrek nemen in de Rhino Jungle Lodge. Je wordt hier doodgegooid met olifanten, maar de neushoorns die, niet alleen in de naam van het hotel, ons beloofd worden, zijn nergens te bekennen. Eerst maar eens even rusten, want de temperatuur zit weer eens boven mijn grens.