Posts tonen met het label tuktuk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label tuktuk. Alle posts tonen

zondag 5 augustus 2012

Fatehpur Sikri

Wederom staat er een nieuwe bus voor ons klaar. Deze keer een bus die tot de grens met Nepal bij ons zal blijven. Hij wordt bestuurd door een man met een tulband en een lange baard, beide statussymbolen in India, zeker in Rajasthan, de provincie waarin we ons nu bevinden. Horden Indiase buschauffeurs heten Singh, maar ons wordt verzekerd dat alleen hij door alle anderen MISTER Singh wordt genoemd.

We hebben een lange rit voor de boeg en het grootste deel daarvan hebben we slechts wat oninteressante tussenstops: koffiepauze en lunch. Tijdens de lunch neem ik één van de twee vegetarische gerechten die me hier erg bevallen: palak paneer. Dat zijn blokjes zachte witte kaas in spinazie. Verder zien we hier en daar een aapje, diverse bijna-ongelukken en passeren we een vogelpark. Dat stond ook vermeld als optioneel programma, maar enkele jaren geleden schijnt door grote droogte het grootste deel van het reservaat te zijn uitgestorven.

De eerste echte halte is Fatehpur Sikri, een groot islamitisch complex. Jarenlang is er vroeger aan gebouwd, maar ook hier stopte de bewoning na vijftien jaar vanwege de droogte. Zonde, want het complex is erg mooi, en niet voor niks Unesco Werelderfgoed. We krijgen anderhalf uur om alles te bekijken en de waarschuwing dat hier de meest opdringerige verkopers van het land rondwandelen. Van die verkopers merken we niks, wat waarschijnlijk te danken is aan de ramadan.



Hoogtepunt van Fatehpur Sikri is de grote moskee (of eigenlijk de geit die we op de weg erheen gewoon uit een lopende kraan zien drinken). Natuurlijk moeten de schoenen weer uit, en terwijl we dat doen horen we ineens een hoop lawaai vanaf de binnenplaats van de moskee komen. We worden tegenhouden als we naar binnen willen gaan, maar door de menigte heen zien we dat er een vechtpartij aan de gang is. We wachten tot het rustiger wordt en gaan naar binnen. Meteen worden we aangesproken door een man die ons begint rond te leiden. We negeren hem, maar hij houdt niet op. Hij verzekert ons dat hij geen geld vraagt, maar dat hij er werkt en het belangrijk vindt het verhaal van de moskee te vertellen. We luisteren maar naar hem, wachtende op het spreekwoordelijke addertje. We zien dat we nog vijf minuten hebben en dat zeggen we hem. Ineens slaan we van alles over, en moeten we naar een hoekje van het plein komen. Daar heeft zijn familie een winkel en meteen worden onze handen ongewild volgepropt met spullen die we niet willen kopen. Anderhalf uur is eigenlijk te weinig om alles te zien, maar we zijn blij dat we ertussenuit kunnen knijpen, terwijl de man ons kwaad naroept.

Anderhalf uur later komen we aan in ons hotel in Agra. Er is ons een goed hotel beloofd, en de foyer is ook erg mooi (wat dus precies de truc van die hotels is), maar binnen tien minuten zijn er al tien mensen van kamer geruild vanwege een zure opgedroogde-pislucht en zelfs ratten in de slaapkamers. We drijven in een zwembad waarvan je de bodem niet kunt zien, niet alleen omdat het water zo smerig is, maar ook omdat het er 6,5 diep is. Eenheden worden voor de eenvoud genegeerd. Als we eruit klauteren blijft er een gelatineachtig laagje op ons achter.

´s Avonds eten we bij een slim restaurantje dat in de miljoenenstad Agra zichzelf The Only Restaurant heeft genoemd. Op weg erheen worden we aangehouden door een tuk-tukclub. We houden ze af, want het restaurant is op loopafstand, maar ze blijven aandringen onder het uitroepen van ´No charge! No charge!´ Ze leggen ons uit dat ze gratis eten krijgen als ze ons bij dat restaurant droppen. We stappen dus in en bezorgen de tuk-tukkers ook een goede avond. Meteen is afgesproken dat zij ons de volgende dag ook naar de Taj Mahal zullen brengen. Slimme zakenmannetjes!

In het restaurant zit al zo´n verwerpelijke Djoser-juniorgroep klaar. Ik heb al eerder geschreven dat ik het belachelijk vind om met zulke jonge kinderen naar een land als India te gaan, om goed voor de dag te komen op de hockeyclub. Die kinderen vermaken zich in een zwembad in Spanje ook als ze zonodig naar het buitenland moeten. Het zijn altijd verwende rotkinderen die een hoop lawaai maken en de hele avond door zo´n restaurant rondrennen, terwijl ouders zich aan hun eigen tafel daar niks van aantrekken.

Ramona en ik nemen het andere vegetarische gerecht dat ik erg lekker vind, namelijk de malai kofte: een soort falafel, maar dan van kaas en allerlei andere groenten dan kikkererwten. Eigenlijk de groentenballetjes waarvan de ranzige versie ook in Nederland in de schappen ligt. Hier zijn ze heerlijk en liggen ze ook in een prettig sausje voor Ramona´s anti-chili-smaakpapillen. Met wat rijst en wat naan prima weg te krijgen.

Het duurt allemaal wel weer erg lang. Hou er, als je ooit naar India gaat, rekening mee dat maaltijden zo veel tijd in beslag nemen dat ze je hele programma vernaggelen. Op een reis van 21 dagen zit je denk ik zo´n twee dagen op je eten te wachten, één dag op de rekening en één dag op je wisselgeld. Vandaag was vroeg slapen het plan, om morgen de Taj bij zonsopgang te kunnen zien, maar er komt niks van door het lange wachten in het restaurant. Uiteindelijk kunnen we echter terug naar het hotel. Morgen de eerste van veel volgende dagen waarop de wekker om vijf uur / half zes staat.

zaterdag 4 augustus 2012

In Memoriam

Vijf uur gaat de wekker, omdat we de Taj Mahal willen zien bij zonsopgang. Bij de juiste zon verkleurt het marmer namelijk, wat een prachtige weerschijn geeft. Zodra we buiten staan, zien we meteen dat onze opzet er vandaag niet inzit: dichte bewolking bekleedt de hele lucht en daarbij begint de zon al een beetje op te komen.

Met een serie tuk-tuks gaan we naar de westpoort, waar we tussen de apen en de papegaaien kaartjes kopen. Een voordeel van dit onmenselijke uur dat wel blijft staan, is dat er nog helemaal niemand is. We sluiten aan bij de metaaldetectoren voor de toegangscontrole. En dan gebeurt er iets verschrikkelijks! Voor ik dat vertel, is enige kennis nodig van het Duckie-Project.

Op initiatief van Villa des Roses reizen enkele badeendjes de hele wereld over om op de foto gezet te worden. Elise schrijft dan mooie verhalen bij die fotoverslagen. Uiteraard is één van de eendjes, de groene, in mijn bezit, en konden we hem al over de hele wereld bewonderen.

Een paranoïde soldaatje begint mij te fouilleren. Hij vindt mijn geld, mijn zonnebrandcrème en mijn camera. Allemaal geen probleem. Dan vindt hij het (plastic!) badeendje. Hij observeert het aandachtig, waarna hij vertwijfeld uitkraamt: 'Not ewauwd'. Ik probeer er nog tegenin te brengen: 'Why not, it's just a toy!' Hij denkt nog eens na en zegt in zijn beste Engels: 'Not ewauwd', waarna het eendje in de vuilnisbak belandt, tussen alle messen en ander wapentuig. Zo eindigt hier het verhaal van het groene eendje in India en wordt de Taj Mahal niet alleen een grafmonument voor de overleden vrouw van een ouwe koning, maar ook van een potentieel gevaarlijk stuk speelgoed. Vol onbegrip loop ik door naar de hoofdpoort.

Hoewel het tragische verlies in mijn achterhoofd blijft spoken, sta ik ineens vol bewondering voor de Taj Mahal. Wat een ongelooflijk prachtig bouwwerk! De camera blijft maar knippen, onder andere natuurlijk om zelf de bekende foto's te maken van de Taj die in de daarvoor gelegen vijvers spiegelt. Het volstrekt symmetrische marmeren monument, omgeven door vier torens, komt meteen tussen Chichen Itza en de Sagrada Familia in de topdrie van indrukwekkendse architectuur die ik ooit heb gezien.

Na het buitenwerk bezichtigd te hebben, willen we graag naar binnen. Om dat te mogen, moeten we eerst ontzettend vieze slofjes om onze schoenen heen schuiven, waarvoor we nog extra moeten betalen ook. Even later staan we in het hart van de Taj Mahal, bij het graf. Minder indrukwekkend dan de buitenkant, maar nog steeds ontzettend gaaf om te zien. Je zou bijna het eendje vergeten.

Terwijl we door een nieuwe soldaat worden begroet met een gigantische boer, verlaten we het complex en gaan we in de tuk-tuks terug naar het hotel voor een ontbijt. De rest van de dag neem ik wat rust om te lezen en te slapen.

's Avonds nemen we opnieuw de tuk-tuk en worden enkele keren bijna doodgereden door langsstuivend verkeer. Elke keer dat dat gebeurt, kijkt onze chauffeur schaterlachend om. We komen terecht bij het restaurant met de bijzondere naam Zorba The Buddha. Niet zo mooi als Marquis de Salade, maar toch interessant. We worden op een betonnen dakterras tussen de muggen gedeponeerd en moeten alweer verschrikkelijk lang wachten en mogen niet a la carte bestellen. Met zo'n half uur tussen de gangen, genieten we van allerlei heerlijkheden als de Lemony Lemon, de Crunchy Crunch en de Honey Bunny. De bedoeling was snel even iets te eten, maar tegen half twaalf kunnen we pas onze tuk-tukkers opzoeken om ons terug te laten brengen naar het hotel. Weer een ontzettend kort nachtje in het verschiet dus!

dinsdag 24 juli 2012

Do not honk if you love peace

Aangezien we er half twee ´s nachts arriveren, begint onze verkenning van Delhi met ons hotel. Onze kamer is één van de weinige met een raam, dus in eerste instantie zijn we daar erg blij mee. Het blijkt echter ook de enige kamer aan de straatkant van het hotel te zijn, wat betekent dat we wakker liggen van het voortdurende getoeter. De stad maakt daardoor meteen een vrij agressieve indruk. Als we de volgende dag met de bus de stad ingaan, blijkt toeteren hier geen onaardig verzoek is om doorgelaten te worden, maar een simpele gewoonte. `Hier ben ik, kijk uit´. Toch zijn er wel Indiërs die ervan afwillen, want op diverse plaatsen zie je aanplakbiljetten met de tekst 'Do not honk if you love peace'.

Voor we op pad gaan, is er het traditionele groepsgesprek: iedereen stelt zich voor en de reisleider legt de nodige zaken uit. Deze keer bevat zijn uitleg een nogal onbeschaamde vraag: of we allemaal, voor onze eigen bestwil, drie weken vegetarisch willen eten, omdat dat de hoeveelheid ziekte in de groep met 80% zou doen dalen. Het duurt even voor ik ben uitgelachen: goed eten is voor mij het voornaamste deel van het ontdekken van een land en vlees hoort daar natuurlijk gewoon bij. Daarbij ga ik ervoor deze 80%-mythe te ontkrachten

De eerste attractie van vandaag is de graftombe van Humayun, een kleine vorm van de Taj Mahal en allemaal net iets minder indrukwekkend, maar toch goed genoeg om op de Werelderfgoedlijst van Unesco terecht te komen. We bezichtigen nog de India Gate op een groot centraal plein, waarna we gaan lunchen in een ronddraaiend restaurant. De tafel wordt volgezet met allerlei Indiase heerlijkheden waarvan vooral palak paneer meteen favoriet is. De ober staat voortdurend uit alle bakjes eenieders bord te vullen. Ik twijfel of dat uit beleefdheid is, of omdat de kok de bakjes opnieuw nodig heeft.


Na de lunch gaan we naar de plaats waar Gandhi gecremeerd is. Ik weet nog dat we daar vroeger met de hele familie bij mijn oma naar de crematie van zijn dochter zaten te kijken en dat dat een televisiemoment is dat toen erg veel indruk op mij maakte. Als ik ooit zomergast wordt, dan wil ik dat fragment eigenlijk wel terugzien. Het laatste stuk tot aan de heilige plek zelf moeten we op blote voeten over de gloeiende stenen.
Onze busroute eindigt bij het Rode Fort in de oude stad. Vanaf daar zijn we op onszelf aangewezen. Niemand kiest ervoor het fort te gaan bekijken. Wij nemen een stinkende (nog erger dan de rest van de stad dus) tunnel naar de overkant van de drukke straat, waar allerlei marktkraampjes zijn. We manoeuvreren ons door de pis- en lijkenlucht en de mensenmenigte. Het valt meteen op dat hier alleen mannen zijn. Ons doel is de Jama Masjid, de grootste moskee van Delhi. Die bereiken we uiteindelijk en daar gebeurt iets heel vreemds: ineens zijn wij niet meer de toeristen, maar de honderden Indische moslims die de trap naar de moskee bewonen. Ongegeneerd zitten ze ons allemaal lachend aan te staren en maken ze foto´s van ons met hun telefoons.

We komen boven bij de ingang van de moskee. Natuurlijk moet je daar je schoenen uittrekken. Gelukkig staan wij dat netjes te doen als ik zie dat iemand de ingang betreedt met zijn schoenen aan. Meteen staat er een akelig mannetje met een tulbandje, diepliggende donkere ogen en een baardje: het voorkomende uiterlijk van een wereldberoemde figuur van wie de Verenigde Staten beweren dat ze hem vermoord hebben. Met een dikke houten tak knuppelt hij de ongelukkige man die niet goed oplette hardhandig de moskee uit. Wij kiezen ervoor om ons maar niet in dit wespennest te steken, wat achteraf goed blijkt, want groepsgenoten die wel zijn gepasseerd werd steeds gevraagd opnieuw te betalen. Als ze weigerden werden ze langzaam omsingeld door moskeebezoekers tot ze dat wel deden.

Een nieuw avontuur dient zich aan. We gaan terug naar het hotel met een tuktuk. Met z´n drieën stappen we in en begeven we ons in het drukke stadsverkeer van het oude deel van de stad. Dagelijks vallen hier zes verkeersdoden. De tuktuk wringt zich overal tussen, we worden afgesneden door grote stadsbussen en auto's passeren ons met hooguit een centimeter tussenruimte. Paniekerig gilt een groepsgenote bij elk bijna ongeluk, wat deze rit nog een stuk leuker maakt.

Als we stilstaan voor een stoplicht krijgen we achtereenvolgens een bedelende vrouw, een man die allerhande oranje-artikelen verkoopt en een om geld vragende travestiet aan onze tuktuk. We rijden weer. Daarbij snijden we een busje de weg af. Agressief toetert de bestuurder ervan naar ons tuktukmannetje. Vriendelijk zwaai ik naar de man, wat me op een universeel gebaar in mijn richting komt te staan...

Na drie kwartier bereiken we ons hotel om ons even op te frissen voor het diner. We nemen de metro naar het centrum en komen in de duurste winkelstraat uit: Connought Circle. In het restaurant hou ik me al meteen niet meer aan de afspraak. Ik kies voor eend uit de kleipot. Het is een goede keuze, want het is erg lekker.

Er ontstaat een lange discussie over het bier. Aan ons deel van de tafel zitten drie mannen die bier bestellen. Twee ervan, onder wie ikzelf, bestellen premium beer en de ander neemt regular beer. De twee anderen krijgen allebei een fles Kingfisher, het lekkere plaatselijke bier en ik krijg een fles alcoholvrij Carlsbergbier. Ik zit hier niet om Deens bier te drinken en zeker geen alcoholvrij bier, maar de ober weigert het terug te nemen. Na een hoop moeilijk gedoe ontstaat er ook nog discussie over het verschil tussen premium en regular aangezien beide andere heren een verschillende bestelling deden, ook in prijs, maar wel hetzelfde bier kregen. De ober beweert dat regular en premium hetzelfde is, ondanks het prijsverschil en dat mijn bier, waar gewoon opstaat dat het alcoholvrij is, alcohol bevat. Als hij beseft dat hij zijn leugens (of onkunde) niet langer vol kan houden, krijgen we het alle drie voor de prijs van regular bier en krijg ik een nieuwe fles, echte Kingfisher met alcohol.

De metro brengt ons terug bij hotel Good Times, waar we nog lang wakker liggen van het getoeter en van de enorme hoeveelheid indrukken van de stad, waar we morgen nog een ochtend zullen doorbrengen. Dan staat er een bezoek aan een Hanumantempel op het programma.