zondag 24 februari 2013

L'Atelier de Joël Robuchon

Maandenlang heeft mijn blog stilgelegen. Te druk op mijn werk, te druk met schrijven voor andere media, verhuizen en musicals spelen. Verhalen over prachtige avondjes eten, zoals bij Boreas in Heeze, mooie voorstellingen, zoals Breken van Kommil Foo en nieuwe resultaten van mijn doelen: allemaal hebben ze het licht niet mogen aanschouwen.

Vorige week was ik in Londen. Donderdagavond at ik bij Arbutus, één ster. Het eten was eenvoudig doch smaakvol, maar van de hele McDonalds-entourage werd ik niet blij: een lange bank tegen de muur, daarvoor allemaal kleine vierkante tafeltjes met elk een stoel daarbij. Tussen elk tafeltje ongeveer vijftien centimeter.

Vrijdagmiddag was dat wel anders! Ik kwam per ongeluk terecht bij L'Atelier de Joël Robuchon. En dat was meteen de reden om mijn blog weer open te gooien: dit overtrof alle ervaringen die ik ooit in sterrenrestaurants heb opgedaan!

Laat ik bij het begin beginnen: al maanden was ons plan te gaan eten bij het driesterrenrestaurant van Gordon Ramsay. Het moest mijn eerste driesterrenervaring worden en dan maar meteen bij een van de bekendste chefs van de wereld. Reserveren bleek echter niet de makkelijkste klus! Toen dat uiteindelijk mislukte, zocht ik verder naar een exclusief restaurant in Londen en kwam ik uit bij L'Atelier de Joël Robuchon van de chef met de meeste Michelinsterren in bezit ter wereld.

Het beeldmerk van het restaurant is in zwart en rood. Die kleuren zijn binnen doorgetrokken, waardoor het erg donker is. Meteen valt je oog op een fel verlichte groene bladerenwand. We zijn hier met z'n tweeën voor een romantische lunch, maar we worden naast elkaar aan een bar tussen andere mensen geplaatst. Mijn eerste gedachte is dus: 'Dit is nog veel erger dan gisteren!' De bar was wel gedeeltelijk van glas en lag vol met prachtig geblazen suikerwerk in valentijnsthema.

Dan zie ik pas hoe de zaak ingedeeld is! We zitten aan een bar die rondom de open keuken geplaatst is! We kijken recht op de vingers van de chefs die allemaal super ontspannen de mooiste dingen staan te creëren. Er wordt zeer veel gecommuniceerd, maar weinig gesproken. Als er wel wordt gesproken, is dat in het Frans. De strakke, correcte bediening brengt ons van achter de bar een aperitief en de kaart.

We gaan voor het viergangen-lunchmenu met wijn. En gelukkig zie ik daar de amuse (die we bij Arbutus trouwens ook geen kregen) al klaargezet worden. Een klein glaasje met foie gras, waarvan onze gastheer duidelijk benadrukt dat het foie gras ROYALE is. Op de ganzenlever een laagje portreductie en daarop een schuim van Parmezaanse kaas. Ik ben dubbel blij! Ten eerste omdat foie gras een van de lekkerste dingen is die er bestaan, en ten tweede omdat Ramona het niet lust en ik verzekerd ben van een dubbele portie. Helaas blijkt ze tweesterrenlever wel te lusten en blijft het voor mij bij dat ene heerlijke hapje.

De eerste gang dient zich aan: zalmcarpaccio. Flinterdun gesneden rauwe Noorse zalm met een fantastische dressing, stukjes mango en geschaafde venkel. Het geheel is rijkelijk voorzien van kaviaar. In de keuken zie ik de ene na de andere krop little-gemsla kunstig bewerkt worden. Sla is nog steeds het enige wat ik niet lust, maar ik hoop toch dat ik er in een later stadium van onze lunch zo een krijg. De combinatie van kijken naar kunstenaars aan het werk en genieten van heerlijk eten is geweldig!

Het tussengerecht: Puy-linzensoep met eend. In het grote bord, met in het midden slechts een klein dieper 'putje' ligt het garnituur al klaar en de soep wordt er aan de bar ingeschonken. De lepels die we erbij krijgen zijn erg mooi, maar daardoor helaas niet erg praktisch om er soep mee te eten. Ondanks dat: weer een absoluut hoogstandje uit deze keuken!

De sfeer onder het personeel is zichtbaar goed. Als we aangeven hoe lekker het allemaal is, zegt de ober 'per ongeluk' net iets te hard dat de chef dan mag blijven na zijn eerste week. De chef speelt er meteen op in door te melden dat service in zijn ogen wel wat sneller kan werken. Aan de non-verbale communicatie is duidelijk dat deze heren goed op elkaar ingespeeld zijn.

Het hoofdgerecht, een hele wijting, wordt opdiend. Hij is zo bereid dat zijn kop en staart omhoog steken en het hele gepaneerde middenstuk op het bord ligt. De vis wordt geserveerd met krokant zeewier en perfect smeuïge aardappelmousseline. De kunstig in elkaar gedraaide little-gemsla ontbreekt. Bij Ramona's lamsschouder ligt die er wel, dus ik proef bij haar een stukje mee. Sla kan dus, bij uitzondering, wél lekker zijn!

Ramona sluit af met een prachtig nagerecht op basis van aardbeien, dat luistert naar de naam 'The Financial'. Ik neem zoals gewoonlijk de kaas. Het is wat weinig, maar wel erg lekker.

Voor twee personen moet ik, inclusief fooi, 125 pond afrekenen. Zo weinig ben ik nog nooit kwijt geweest in een restaurant met twee sterren en dat voor een restaurant in het hartje van Londen en daarbij de beste eetervaring van mijn leven! (Ok, misschien ex aequo met Da Vinci in Maasbracht, maar dat heeft ook gevoelswaarde omdat dat mijn allereerste sterrenrestaurant was, maar ik betaalde daar ook ruim drie keer zo veel).

zondag 7 oktober 2012

La Fleurie in Oirschot

Waarom we er terechtkwamen, zal ik later deze week nog wel eens vertellen, maar vorige week zat ik met collega's H. en H. op een drukke kermiszondag bij Restaurant La Fleurie in Oirschot. We zitten in een oude bakkerij, een pand dat van buiten niet al te bijzonder is, maar binnen erg sfeervol.

Na een vriendelijke ontvangst worden we naar onze tafel begeleid door een jonge ober en na een korte blik op de kaart zijn we er snel uit: we kiezen het Menu Fleurie van vier gangen, een klein wijnarrangementje, omdat we nog met de auto terug naar huis moeten.

Terwijl we genieten van een behoorlijke rij amuses (o.a. wasabinootjes, krokantjes van Parmezaanse kaas en een kerriesoepje met linzen en Hollandse garnalen), valt ons één ding op: onder het personeel bevindt zich een dame die zeer luidruchtig door het hele restaurant wervelt. Nieuwe gasten worden van achteruit de zaak luidop begroet. Waar zij ook is, we horen háár. Waarschijnlijk is ze de eigenaresse, want als ze gewoon personeel was, zou ze er niet lang werken. Gelukkig wordt het minder naarmate de avond vordert.

De voorgerechten maken nog niet heel veel indruk. Ik heb roulleaux van tong en zalm, die niet erg hoog op smaak zijn. Ze liggen op een salade van krabscharen. Die zijn wel hoog op smaak, maar ik proef maar weinig krab. Gelukkig wordt dit gerecht begeleid door een mooie citroengel en ook de gembermayonaise is erg lekker.

Tijd voor een tussengerecht. Eerst krijgen we een glas wijn, een Zuid-Afrikaanse rosé in mijn geval. We krijgen daarbij een ingestudeerd verhaal dat zenuwachtig wordt gepresenteerd, maar de wijn gaat prima samen met het absolute hoogtepunt van deze avond: stukjes piepkuiken van de barbecue met paddestoelen, pasta en een jus van ras el hanout. Ineens word ik nog blijer dat ik volgende week naar Marokko ga! Wat is ras el hanout toch lekker en wat past het prima in dit gerecht en bij de wijn. Echt een klassegerecht.

Dezelfde ober voorziet ons van wijn voor het hoofdgerecht. Ik hoop dat hij wat losser gaat vertellen als ik wat hulpvragen stel over de wijn. Het werkt: nu hij niet meer genoeg heeft aan het ingestudeerde praatje en moet gaan improviseren, zien we een spreker die weet waarover hij het heeft en er ontstaat een leuk gesprek over de wijn, een Chileense chardonnay. Deze wijn hoort bij het hoofdgerecht: gebakken snoekbaarsfilet met krokante paling in een saus van waterkers. Wederom een erg mooi gerecht. De stukjes paling hebben een krokant gefrituurd jasje. Vaak neemt dat een hoop smaak weg, maar dat is hier absoluut niet het geval: erg lekker. Het stuk snoekbaars is niet overal even dik, waardoor het dikke middenstuk mooi glazig is, maar de wat dunnere stukken aan de rand te gaar. Op dit minpuntje na, opnieuw ontzettend lekker, en mooi gepresenteerd!

Ik ben geen zoetekauw, dus als er kaas op de kaart staat, neem ik dat als nagerecht. Deze keer vind ik het echter zo veelbelovend klinken dat ik toch zwicht voor het mangotaartje met bramensorbet, zwarte-sesamkletskopjes en muntschuim. Gelukkig krijg ik daar geen spijt van: vooral die kletskopjes zijn erg goed.

Bij de koffie krijgen we nog een schaaltje bonbons dat we eerlijk delen. Een After-Eighthapje vind ik het lekkerste van dit leien plateautje. Als we daarna ook nog een alleszins redelijke rekening krijgen gepresenteerd, kunnen we uiterst tevreden het pand verlaten.

Later deze week zag ik een lijst van honderd restaurants die volgens clientèle en enkele professionals de grootste kans zouden maken op een ster. La Fleurie staat op dit lijstje. Zo'n lijst zegt natuurlijk niks (Hofstede De Blaak ontbreekt en het restaurant van een van de hoofd-samenstellers van de lijst prijkt bovenaan) en het lijkt me voor deze zaak nog wat te vroeg, maar voor een prima betaalbare goede keuken kun je zeker in Oirschot terecht!

 

zondag 30 september 2012

Het Weeshuys in Geertruidenberg

Ik weet dat ik nog geen einde heb geschreven aan mijn reis door India en Nepal, en ik weet ook helemaal niet of ik dat nog ga doen, maar ik heb nog een restaurantrecensie liggen, die onderhand gepost moet worden. Zeker ook omdat ik me toch weer heb laten verleiden om vanavond een restaurant met en Bib Gourmand uit te gaan proberen. Daarover later meer!

Voor nu een restaurant zonder sterren en zonder bib. Wel vermeldingen in Lekker en Gault Millau. Vrienden van ons hadden al lang de uitnodiging geplaatst om een keer op bezoek te gaan bij Het Weeshuys in Geertruidenberg. We gingen erop in op 1 september, in het laatste weekend waarin deze zaak haar heropening vierde met een groots aangeprezen tiengangenmenu.

Vriendelijk worden we naar het terras begeleid om het aperitief en twee amuses te gebruiken in de zon. We openen met een klein glaasje met een mousse van komkommer met gemarineerde witvis en een schuim van karnemelk en limoncello en meteen krijg ik het gevoel dat dit een heel mooie avond kan gaan worden. Ook de volgende, wat eenvoudigere amuse valt in de smaak: een koud watermeloensoepje met feta en basilicum. We besluiten alle vier voor de tien gangen te gaan en vertrekken naar onze besproken tafel aan het raam.

Het menukaartje op onze tafel leert ons dat we met de amuses de eerste twee gangen al achter de rug hebben, wat ik toch weer jammer vind: als je tien gangen aanbiedt, dan moet je tien gangen geven en de amuses horen daar mijns inziens niet bij.

Een mooi gerechtje met zwaardvis volgt. De vis combineert prima met de garnituren van grapefruit en zwarte knoflook. Daarna volgt het absolute dieptepunt van de avond: de kalfsmuis. We krijgen een rechthoekig bordje met een plakje kalfsmuis erop met een gegrild tomaatje, een ansjovistaartje en hier en daar een druppel gele-paprikamousse. Allemaal erg flauw en weinig interessant gepresenteerd.

Ik ga niet alle gangen beschrijven, maar zeker wel het absolute hoogtepunt. Na het laatste, mooie tussengerecht van zomerschol volgt het hoofdgerecht: diverse delen van de boerderijduif in een heerlijke saus en diverse bereidingen van pompoen, limoen en beukenzwammetjes. Wat een ontzettend lekker vogeltje en wat bén ik blij dat er aan tafel al mensen verzadigd zijn! Ook de Chianti die bij de duif wordt geschonken, tilt het gerecht naar de top.

Er volgt een crème van kaas. Kaas heb ik altijd het liefst in de puurste vorm aangeboden, maar dat is natuurlijk slechts een kwestie van smaak. Na een aardig nagerechtje krijgen we koffie met friandises van chocolade en lychees. Ook deze friandises worden als gang geteld, dus ik voel me wel een beetje bekocht, ook al heb ik zeker voldoende gegeten. En gedronken...

Omdat er meer liefhebbers zijn van pure kaas, bestellen we nog een kaasplankje met een geweldige dertig jaar oude port, waarna we, ruim zes uur na binnenkomst, het pand verlaten. Een avond met vriendelijke en kundige bediening, prima wijnkeuze, met ontzettend mooie gerechten, maar helaas ook afgewisseld met totaal oninteressante hapjes. En tien gangen zijn tien gangen! Geen zeven!

 

dinsdag 4 september 2012

Het vervolg van Nepal: olifantensafari

We trekken opnieuw Chitwan National Park in, deze keer op de rug van een olifant. Ik ben helemaal geen liefhebber van olifantenritjes, maar de informatiebrief van Djoser meldde ons het volgende: 'Een safari buiten de hekken van Chitwan National Park vanaf de rug van een olifant geeft 100% garantie dat u witte neushoorns te zien krijgt'. De reisleider probeert dit al te nuanceren door te melden dat die kans hooguit 99% is. Nog steeds aanzienlijk, maar ik zie de bui al hangen.

Onze vertrektijd is duidelijk afgestemd op de plaatselijke buienradar: de hele dag valt de regen met bakken uit de lucht, maar stipt om half drie drijven de wolken uiteen, zodat we onze olifanten droog kunnen bestijgen. We klimmen op torentjes, vanwaaraf we in het bakje op de rug van de olifant moeten klauteren. Per olifant vier personen, zodat voor ieder een hoek van dat bakje is gereserveerd en iedereen zo'n fijne paal tussen de benen krijgt gedreven.

Dan begint de marteling. 2,5 uur met je benen langs een olifant bungelen is al vreselijk, maar de route loopt over paden die eigenlijk te smal zijn voor zo'n beest, waardoor je met je benen voortdurend door de boomtakken wordt getrokken. Sommige van die bomen hebben grote doorns, dus ik ben blij dat ik voor de verandering adviezen heb opgevolgd en een lange broek heb aangetrokken.

We zien al snel een hert. En een varken. En nog een hert. En nog een varken. Tenminste, dat roept de gids enthousiast. Ik verdenk dat varken er sterk van gewoon hetzelfde beestje te zijn als net, dat snel is omgelopen. We hobbelen van vlakte naar vlakte, maar de meeste weiden zijn leeg, of ze worden slechts begraasd door een nieuw hert of hetzelfde varken. Op het laatste veld staat een uitkijktoren, waar de olifant ons naartoe brengt. De gids stapt via de slurf af en gaat op de eerste verdieping van de toren naar de wc. Als hij terugkomt, belooft hij ons nogmaals een neushoorn, nu binnen enkele minuten.

We lopen langzaam om de toren heen. Op de achterkant van het bouwwerk is levensgroot een neushoorn geschilderd. Ik kan de grap niet waarderen en voel nu al dat er vanavond veel kramp door mijn benen zal trekken als gevolg van het bungelen. Ik ben dus erg blij als we eindelijk van die beesten af mogen.

Bij dat afstijgen staan meteen meisjes klaar met trossen bananen die we kunnen kopen om aan de olifanten te voeren. Ik doe daar gelukkig niet aan, maar een groot deel van de groep trapt er wel in. Met hun nieuwe aanwinsten stormen ze op de olifanten af, waar ze meteen worden tegengehouden door hun baasjes: de olifanten mogen helemaal geen bananen eten. Als we ons omdraaien zijn de verkoopstertjes uiteraard spoorloos verdwenen.

Gelukkig eten we 's avonds in hetzelfde restaurant, zodat we in elk geval deze dag mooi kunnen besluiten, voor we dit tegenvallende Chitwan voorgoed achter ons kunnen laten. Eindelijk gaan we écht de bergen in trekken. Na ons mislukte avontuur met de neushoorns hoop ik dat de lucht in Pokhara helder genoeg is om de acht-kilometerpieken van het Annapurnamassief in de Himalaya fatsoenlijk te kunnen zien!

maandag 3 september 2012

Doelen 2012 - augustus

Het ligt hier alweer een tijdje stil, dus ik moet toch maar weer eens wat tijd in dit log gaan steken. Al was het maar omdat veel mensen denken dat ik in Nepal ben blijven steken, terwijl ik toch al ruim drie weken weer in den lande ben. Dat verhaal over Nepal zal ik ook zeker nog wel afmaken. Maar eerst, zeker omdat ik juli heb overgeslagen, een update van mijn doelen.

1. Een lifter meenemen
Op dit vlak slechts een vervelend verhaal: ik reed op de A58, op weg naar Tilburg. Langs de kant stonden een man en een vrouw, met in hun handen een kartonnen bordje, waarop TILBURG stond te lezen. Kat in het bakkie zou menigeen, waaronder ik, denken. Net als je denkt een doel te kunnen wegstrepen, neemt de auto vóór mij die lifters mee! Ik foeterde nog dat ze van mij waren, maar het mocht niet baten.

2. Afvallen tot onder de 90 kilo
Dit doel heeft, zoals voor de vakantie al aangegeven, nu de hoogste prioriteit. Ik ben dan ook hard aan het Sonjaën en ik ben weer fanatiek aan het sporten (twee zaken die een mensenleven echt helemaal NIET leuk maken) om hier iets aan te doen. Toen ik zaterdag op de weegschaal stond, zag ik dat dit ondanks die vreselijke maatregelen moeilijk wordt.

3. Vier doubleurs of minder halen in mijn mentorklas
Het schooljaar is voorbij. Na lange vergaderingen is de uitkomst bekend en staat het aantal doubleurs op vijf. Dat is beter dan welk moment in het afgelopen jaar dan ook, en ik ben ook trots op het resultaat, maar helaas is het niet het bereikte doel. Definitief mislukt.

4. Minimaal 11.000 euro voor Roemenië verzamelen

5. Een serieuze stap verder zetten in het schrijven van toneel
Het storyboard is af. Ik heb bedacht wat de sfeer van de vijf liedjes die het stuk gaat tellen moet zijn. Twee scènes zijn volledig uitgeschreven. De deadline is 1 oktober. Waarschijnlijk kan ik dus met 'Charlie en iets met chocolade' dit doel van mijn lijstje strepen.

6. Tien sterren bij elkaar eten
Zaterdag at ik bij 't Weeshuys in Geertruidenberg. Geen ster, ook niet sterwaardig, maar toch zeer de moeite waard en vooral een erg leuke avond. Ik zal daarover nog uitgebreider schrijven binnenkort. Ik sta echter op zeven en de afspraken voor de laatste drie sterren zijn gemaakt. 12 oktober staat gereserveerd bij restaurant De Molen in Kaatsheuvel en er komt nog een exacte datum voor de voltooiing van dit doel: Boreas.

7. Tien meergangendiners maken voor minimaal vier personen met bijpassende wijnen
Ik zou afgelopen week nummer vijf hebben gehad, maar dat kon niet doorgaan omdat ik ziek was, maar ter vervanging komt er snel een nieuwe afspraak op korte termijn. Er is nog goede hoop voor dit doel.

8. Minimaal zes landen bezoeken waar ik nog nooit ben geweest
India en Nepal brengen het totaal voor dit jaar op drie nieuwe landen.

9. Een zuivere tenor-C zingen
Ik heb mijn zanglessen weer opgepakt afgelopen week. Dat heeft me een afspraak opgeleverd me een extra punt bezorgt voor doel 7, maar een C zit er nog niet in.

10. Op tv komen
Binnenkort krijg ik een uitnodiging voor de selectiedagen van Twee voor twaalf. Mochten er nog mensen met mij willen Lingoën, dan blijven die natuurlijk welkom!


zondag 12 augustus 2012

Chitwan National Park

In Chitwan staan we weer als vanouds vroeg op. We worden verwacht bij de rivier in de buurt, waarover we met uitgeholde boomstammen tussen de krokodillen door zullen varen, op weg naar een stuk jungle waar we een wandeling gaan maken met een gids.

Net als we in de boten stappen, begint het te regenen. We varen door de brede rivier en zien inderdaad hier en daar een klein krokodilletje liggen. Diverse prachtige ijsvogels komen voorbij, maar opmerkelijk genoeg zijn het vooral de bomen aan de kant die ik erg mooi vind. Na zo'n drie kwartier varen, zien we voor ons het onheil al hangen: net voordat wij aanmeren, doet een boot vol Chinezen dat ook. Zij zijn zo ongelooflijk luidruchtig, dat de kans op het zien van interessante dieren zo goed als verkeken is.

Onze gids legt ons uit wat we moeten doen als we daadwerkelijk oog in oog komen te staan met een neushoorn. Ofwel minimaal drie meter hoog een boom in klimmen, ofwel een spelletje met dat beest gaan spelen: tikkertje om een boom tot hij het opgeeft. Het feit dat deze gids niet eens een verdovingspistool bij zich heeft, geeft nu al aan dat onze missie zinloos is: we zullen geen enkele neushoorn gaan zien, laat staan een tijger.

In het begin proberen we het inderdaad serieus te nemen en in stilte tijgeren we door het bos heen, op één groepsgenote na die het niet interesseert of de rest van de groep iets ziet en hevig dudeljoënd door het oerwoud heen stampt. Zelfs de op die manier gelokte wielewaal laat zich niet zien. Af en toe roept de gids dat hij een hert ziet. Wij zien ze echter niet. Het enige wat we wel tegenkomen is een verse afdruk van een tijgerpoot, maar ik verdenk onze gids ervan dat hij daar een malletje voor heeft, waarmee hij in alle vroegte naar deze plek gekomen is om ons te misleiden. De opbrengst van de dag bestaat uit een bloedzuiger, een rups, een duizendpoot en twee eenden, zodat deze wandeling, ook al was het een crosscountry-door-alles-heenwandeling, een behoorlijke deceptie genoemd kan worden.

Als we terugkomen in de Rhino Lodge is de temperatuur alweer naar ongekende hoogte gestegen. Dan blijkt dat het in Nepal heel gewoon is om dagelijks een powercut in te lassen: zes uur per dag wordt hier, moedwillig, waarschijnlijk uit besparing, de stroom afgesloten. Dat begint op het heetst van de dag, zodat ontsnappen onder een ventilator of in de airco onmogelijk wordt gemaakt en het eindigt als het al twee uur donker is, zodat lezen, schrijven, eten en allerlei andere zaken slechts mogelijk zijn met behulp van kaarsen. Dat laatste is slechts ongemakkelijk, het eerste ronduit sadistisch.
De enige manier om verkoeling te bereiken is de rivier die achter de lodge stroomt. Dat het water waarschijnlijk niet al te fris is, vinden we niet meer belangrijk. Probleem dat wel overeind blijft, is dat er krokodillen in zwemmen. Gelukkig is er ook voor dat probleem een oplossing, want wat verderop in de rivier zijn olifanten aan het baden. En gouden stelregel in Nepal is: waar olifanten zijn, zijn geen krokodillen. Onze zo verdiende verkoeling krijgen we dus tussen een groepje olifanten. Als volmaakte douches sproeien de olifanten het water over ons heen en elke keer als ze ons met een voltreffer raken, lijkt het door de stand van hun onderlip alsof ze ons staan uit te lachen.

De rest van de dag breng ik zo veel mogelijk in de schaduw door, maar omdat ook dat geen enkele zin heeft, kruip ik op mijn kamer in een koud bad, waar ik blijf zitten tot we, in het donker, gaan eten. Half versuft roer ik in mijn lasagna, tot om acht uur plotsklaps het licht en de ventilatie aanschiet. Zienderogen verbetert mijn toestand, zodat ik toch nog kan genieten van mijn eten, waar eindelijk weer eens fatsoenlijk vlees in zit!

Op weg naar Nepal

Na onze slapeloze nacht in de hitte van Shivpatinagar starten we met de laatste etappe in India. We maken een korte fotostop om wat prachtige vogels, door sommigen ook kutmussen genoemd, op de gevoelige plaat te zetten, om daarna zonder te stoppen door te rijden naar de Nepalese grens. Daar stappen we uit om het laatste stuk te voet te doen. Meteen zijn we omsingeld door zo'n vijftien riksja's, die allemaal onze bagage naar Nepal willen brengen.

Wij hebben voor al onze bagage vier riksja's nodig, maar ja, wie kies je? Zodra de bagageklep van de bus open gaat, ontstaat er een gevecht! Om hun inkomsten veilig te stellen beginnen alle riksjarijders als dolle honden aan onze tassen te trekken. Hoezeer wij ook duidelijk blijven maken dat wij maar vier riksja's nodig hebben, en er ook niet meer zullen betalen, onze tassen worden in eerste instantie verspreid over tien fietsen. Ze beginnen van elkaar te jatten, en gaan op de vuist tot onze spullen uiteindelijk zijn verdeeld over vijf riksja's. Nog niet wat wij willen, maar zo gaan we op pad.

Eerst moeten we langs de Indiase grenspost om ons het land uit te laten stempelen. Dat gaat onverwacht snel en helemaal niet in stijl van de visumaanvraag. Blijkbaar zien ze je hier liever gaan dan komen. Een kleine wandeling later verschaft een grote poort ons toegang tot het veel toegankelijkere Nepal. Een nieuw stickertje wordt in ons paspoort geplaatst, waarna we onze tassen opzoeken. We betalen, zoals we ze duidelijk hadden gezegd, voor vier riksjarijders. Terwijl zij alweer een nieuwe ruzie starten over de verdeling van het geld, zitten wij al lang en breed in de bus die ons naar Chitwan moet brengen.


Nepal lijkt in eerste instantie veel op Nederland. We zien niks anders dan verre uitzichten over platte weilanden met koeien. Hier en daar komt een reclamebord voorbij van Oranjeboom, het ultieme Nederlandse koppijnbier. Gelukkig komt daar snel verandering in, als we met ons busje de eerste uitloper van de Himalaya beklimmen. Op de top van dit eerste 'heuveltje' genieten we van een heerlijk noedelsoepje en van een weids uitzicht over het dal.

Na de lunch komen we in onze eerste Nepalese file terecht. Een flink eind verderop schijnt een ongeluk te zijn gebeurd. We sluiten een tijdje aan, maar als onze chauffeur in de gaten krijgt dat we geen centimeter opschieten, draait hij uit de rij en slaan we de eerste de beste zandweg in die we kunnen vinden. Na heel wat gehobbel door de plassen en over de stenen draaien we weer een verharde weg op. We hebben een heel stuk gewonnen in de rij en kunnen nu redelijk snel weer gewoon doorrijden, zodat we vroeg in de middag al Chitwan National Park bereiken, waar we onze intrek nemen in de Rhino Jungle Lodge. Je wordt hier doodgegooid met olifanten, maar de neushoorns die, niet alleen in de naam van het hotel, ons beloofd worden, zijn nergens te bekennen. Eerst maar eens even rusten, want de temperatuur zit weer eens boven mijn grens.