Posts tonen met het label Varanasi. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Varanasi. Alle posts tonen

zaterdag 11 augustus 2012

Waar is de commissaris?

Nog één dag lange halen maken. Varanasi laten we achter ons om zo langzamerhand India te gaan verruilen voor Nepal. Een lange busrit voert ons vandaag naar het grensplaatsje Shivpatinagar, dat op geen enkele kaart te ontdekken valt.

We passeren twee op elkaar gebotste vrachtwagens met wat gewonden in de berm en kunnen lekker doorrijden. We passeren het ene na het andere dorpje tot we op een file stuiten. We staan er een klein half uur in zonder ook maar één centimeter op te schieten. Het bushulpje stapt uit om te gaan onderzoeken wat er voor dit oponthoud zorgt en dan begint de sensatie.

Het blijkt dat we in een lange file staan, omdat er in het verderop gelegen dorpje die nacht iemand is vermoord. Dat is nog nooit voorgekomen in deze contreien, dus de bevolking is hevig geschokt en heeft uit woede het dorp voor alle verkeer afgesloten. In het dorp zit een hele bende politie niks te doen, omdat de commissaris nog niet aanwezig is en als er in dit land niemand ergens opdracht toe geeft, gebeurt er hier ook helemaal niks.

Na nog een kwartier is Mr. Singh het zat. Met een felle stuurbeweging draait hij de bus uit de rij wachtende auto´s en vrachtwagens en stormt hij vol gas op de versperring af. Die blijkt niet al te stevig, dus als eerste denderen we het dorp binnen, gevolgd door vele anderen: als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Tot dat moment waren we niet allemaal even overtuigd van de waarheid van het verhaal, maar de grimmigheid in het dorp zegt genoeg. Op het centrale plein heeft zich een woedende menigte verzameld en een klein stukje verderop zit de hele plaatselijke politiemacht niks te doen.

Na een verder voorspoedige rit bereiken we Shivpatinagar. We stappen uit de bus en worden meteen tegen de vlakte geslagen door de hitte. Die lijkt hier erger dan ooit. De kamers hebben wel airco, maar het kost te veel energie om die aan te zetten. We gaan een slapeloze zweetnacht in. Er zijn wel ventilatoren, maar die werken door de temperatuur slechts als föhn. 's Nachts valt de stroom drie keer uit, waardoor het helemaal niet meer is uit te houden. Gelukkig wordt dat steeds beloond met het aanspringen van de ventilatoren, die alleen dan even enkele seconden een heerlijke verlichting geven. Erg jammer, want verder is dit een prachtig hotel in een oud jachthuis, waarvan de mooie tuinen 's avonds barsten van de vuurvliegjes en het uitzicht vanuit de kamer is erg mooi!




We weten niet hoe vroeg we 's ochtends onze biezen moeten pakken uit deze oven om dan eindelijk daadwerkelijk koers te zetten naar Nepal.

vrijdag 10 augustus 2012

Een etentje in India

Even tussendoor: geen reisverhaal, maar een simpel verslag van wat er van minuut tot minuut gebeurt als je uit gaat eten in India. Dit is slechts één ervaring, maar zeer vergelijkbaar met elk willekeurig ander restaurant hier. We zijn met vier personen.
19:00   Bij aankomst worden we naar het dak van het restaurant begeleid, niks anders dan een leeg stuk beton met wat muurtjes vol muggen en ander ongedierte.
19:10   Er wordt een tafel met vier stoelen voor ons neergezet en wij gaan zitten.
19:15   Iemand anders maant ons op te staan, omdat hij de tafel wil verplaatsen. Als dat is gebeurd, mogen we weer gaan zitten.
19:20   Iemand komt de kaart brengen, terwijl achter ons een tafel, vanaf nu te noemen: de nieuwe tafel, in orde wordt gemaakt. Onze drankjes worden opgenomen.
19:25   De drankjes worden gebracht. De ober boert heel hard in mijn gezicht, terwijl hij gewoon doorgaat waar hij mee bezig was.
19:30   We kunnen het eten bestellen. Eén van de gekozen gerechten blijkt vandaag niet beschikbaar te zijn, zodat iemand iets nieuws moet kiezen.
19:32   Ober 1 begint bij de nieuwe tafel achter ons wild met een servet in het rond te slaan.
19:36   Ober 2 trapt, bewust, heel hard op de tenen van ober 3. Deze maakt middels een hard geluid duidelijk dat hij dit niet erg op prijs stelt.
19:39   Ober 1 herschikt de stoelen van de nieuwe tafel.
19:45   Bij ons komt een ober vertellen dat één van de andere bestelde gerechten toch ook niet verkrijgbaar is vandaag. Weer moet iemand opnieuw kiezen.
19:47   Ober 1 herschikt de borden en het bestek van de nieuwe tafel.
19:50   Iedereen krijgt een leeg bord.
19:56   Twee van de vier lege borden worden weggehaald.
20:01   Er wordt een verkeerd gerecht bezorgd. We maken dit duidelijk. Ze lijken het te snappen, maar het verkeerde gerecht blijft wel staan.
20:07   Ober 1 herschikt opnieuw de stoelen van de nieuwe tafel.
20:10   De twee weggehaalde borden worden teruggebracht en de andere twee worden weggehaald, net als de verkeerde bestelling.
20:15   Het licht in het hele restaurant valt uit.
20:18   In de verte horen we een generator die begint te draaien.
20:19   Het licht gaat weer aan.
20:25   Ober 1 herschikt opnieuw de borden het bestek van de nieuwe tafel.
20:30   Anderhalf uur na binnenkomst krijgen de eerste twee mensen eten. Dat zijn de twee met een leeg bord voor zich. Deze lege borden worden verplaatst naar de mensen die nog niks hebben.
20:32   De lege borden worden weggehaald bij de twee die nog niks te eten hebben.
20:35   De andere twee gerechten worden nu ook bezorgd.
20:40   Ober 1 start een nieuwe cyclus bij de nieuwe tafel.
20:55   De ober vraagt of we’re finished. Ik zou niet weten wat ik met de lege borden nog zou moeten doen, dus stemmen we in. Door ervaring wijs geworden, vragen we meteen om de rekening.
21:05   Op de rekening staat gestoomde rijst. Die heb ik inderdaad wel besteld, maar dat heb ik niet gekregen. Welke argumenten ik ook aandraag: ik moet dat betalen, want het is al aangeslagen in de computer. Daarbij is het mijn eigen schuld dat ik hem er niet aan heb herinnerd. Het enige wat hij me kan aanbieden, is een gratis portie gestoomde rijst als ik terugkom. Dat promiset hij enige malen.
21:20   Ons wisselgeld is eindelijk berekend en dat komen ze nu brengen. Achter ons zien we al één van de obers naar de deur lopen om die bij vertrek voor ons open te gaan houden.
21:22   De deur zwaait open en we kunnen één gang en twee en een half uur later het pand verlaten.

woensdag 8 augustus 2012

Varanasi

In alle vroegte bestijgen we een serie fietsriksja´s om op weg te gaan naar de Ganges. Het is pas vijf uur, maar Varanasi is al wakker: overal zijn kooplieden bezig met handel drijven en anderen op weg naar de rivier voor een ritueel bad. Slechts hier en daar ligt nog iemand te slapen op straat of in zijn riksja.

Bij de Ganges stappen we in een enorme roeiboot: één roeier houdt een boot met 25 passagiers in bedwang. Hij heeft vooral hard te werken in het begin, als we stroomopwaarts langs de ´ghats´ varen: trappen van de straten van het hoger gelegen deel van de stad naar de rivier. Honderden mensen zijn zich aan het wassen in de rivier. Ze gaan kopje onder, drinken het water en poetsen er zelfs hun tanden mee. Opmerkelijk is dat het diepbruine water niet stinkt, maar wel zie je zo af en toe het kadaver van een geit of koe langsdrijven. Ook de menselijke resten worden, al dan niet verbrand, in deze ´levende godin´ gekieperd.

Als we ons een flink stuk stroomafwaarts hebben laten drijven, komen we aan een nog indrukwekkender deel van de stad: de burning ghats. Hier vinden openbare crematies plaats. Op dit moment zien we maar één rokend stapeltje, maar daarop kunnen we zo snel geen mens onderscheiden.



We stappen uit de boot. Nadat een groepsgenoot zich ook even in de Ganges heeft ondergedompeld, gaan we ontbijten. Daarna start een korte wandeling door Varanasi. Het is een hele kunst om alle koeienstront te omzeilen. Dit is de eerste stad waar de heilige koeien echt tot in de kleinste steegjes de weg versperren en je soms moeite moet doen er voorbij te komen. En dus vooral je best moet doen om hun producten niet aan je schoenen te krijgen.

We beginnen bij een hospice, een drie verdiepingen tellende ´bunker´ waar mensen van heinde en verre naartoe komen om hun laatste dagen te slijten: daar sterven is gunstig voor je plaats binnen het kastensysteem. Doorgaans ligt het er dus vol met oude, overlijdende mensen. Momenteel is er, misschien wel gelukkig, niemand. Vanaf hier hebben we niet alleen een mooi uitzicht over de Ganges, maar kunnen we ook de burning ghats al beter zien.

We gaan weer naar beneden en lopen door een doolhof van stapels brandhout. Er wordt ons, terecht, verzocht vanaf hier geen foto´s meer te maken. We komen op een soort verhoging terecht, rechtstreeks boven de crematieplaatsen. Nog geen vijf meter onder ons liggen vier brandstapels, waarop duidelijk mensen liggen. Op één steekt nog slechts een hoofd uit de houtstapel, op een andere zien we een onderlichaam langzaam verkolen. Hoewel je zou verwachten dat deze aanblik niet prettig is, gebeurt het met zo veel respect van de families en krijgen we er uitgebreide uitleg bij, dat het niks anders kan doen dan heel veel indruk maken.

De route wordt vervolgd en via wat tempeltjes komen we, hoe kan het ook anders, weer terecht in een winkel om de koopgrage dames een hoop textiel aan te smeren. Met drie mannen gaan we niet eens mee naar binnen en wachten we buiten in een steegje. En het wachten duurt lang. Heel lang. Gelukkig komt onze gids op een gegeven moment even naar buiten om ons een flesje frisdrank aan te bieden en een leuk verhaal te vertellen: in het verleden is ook Erica Terpstra in zijn winkeltje geweest om sari´s te passen. Lachend vertelt hij hoe de enorme lap (want meer is een sari niet) na één wikkel om haar lichaam al op was. Net als we besluiten zelf op zoek te gaan naar een tuktuk, is het hele winkelgebeuren gelukkig klaar, zodat we gezamenlijk teruggaan naar het hotel.

´s Avonds keren we terug op onze boot, voor een bijzondere activiteit. Volledig voor toeristen bedacht, maar daardoor niet minder leuk. Bij ontvangst krijgen we allemaal jasmijnslingers omgehangen en wordt de boot volgezet met brandende wierookstokjes. Opnieuw varen we de Ganges op. We kijken nog een keer van dichtbij naar de crematies. We krijgen net mee hoe twee nieuwe lichamen worden gewassen in het heilige water, voor ze de brandstapel op gaan. Een (oerhollandse zwart-wit gevlekte) koe en een geit doen zich tegoed aan de bloemenkransen die op de doden liggen.

We varen naar de overkant en leggen aan bij een zandbank. Dit blijkt echter alleen maar te zijn omdat onze roeier moet poepen. Hij loopt even uit zicht terwijl wij horen hoe zoiets in zijn werk gaat. Toiletpapier gebruiken ze hier niet, dus vegen ze hun gat schoon met hun linkerhand. Dat is ook de reden dat ze eten met hun, reine, rechterhand. Wij vragen ons echter af wat ze gebruiken om na het afvegen die linkerhand schoon te maken...

De grote boodschap is achtergelaten en we varen weer naar het midden van de rivier. Het begint inmiddels te schemeren en in de boot wordt een doos met zo´n 150 kaarsjes die kunnen drijven omgekieperd. Zo snel mogelijk worden ze allemaal aangestoken en door ons vrijgelaten op de Ganges. Na een tijdje leggen we de boot stil en kijken we om. Inmiddels is het pikdonker geworden en zien we de brandende kaarsjes zich verspreiden over de rivier. Het is een prachtig gezicht!


We zetten weer koers naar de ghatzijde van de rivier. Daar begint om half acht namelijk een nieuw ritueel. Vijf priesters staan op altaren op de kade voor een ceremonie om de vijf elementen, aarde, lucht, water, vuur en ether te danken. Ze voeren vijf keer achter elkaar dezelfde trage, negen minuten durende reeks bewegingen uit, steeds met een ander voorwerp in hun handen. Tussen tientallen boten vol meeprevelende mensen zitten we de dienst uit die me na drie minuten al verveelt. Wat hier gebeurt is leuker dan in al die christelijke diensten bij ons, maar daarvan vind ik het al knap als je het een halve minuut uithoudt.

Als we weer op de kant staan, besluiten we niet met de groep mee te gaan naar het restaurant, maar met twee anderen uit de groep terug te keren naar het hotel om daar te eten. We bestellen een tafel vol heerlijke Indiase gerechten en gaan terug naar onze kamers. Morgen ga ik een dag lekker niks anders doen dan lezen en schrijven. Even op adem komen om helemaal fit naar Nepal te kunnen vertrekken!

dinsdag 7 augustus 2012

Helse rit

De weg van Khajuraho naar Varanasi gaat een lange worden. Dit verhaal een korte: ik ben ziek. Met hoge koorts en met loperamide platgelegde darmen schok ik slapend en zwetend twaalf uur over de met stenen bezaaide wegen, tot een kilometer of vijftig voor onze nieuwe halte. We hebben geluk: in Varanasi gaan we het hoogtepunt van het Shiva-festival meepakken, wanneer duizenden in oranje geklede pelgrims zich gaan wassen in de Ganges.

Het laatste stuk weg is een vierbaanssnelweg, waarvan wij alleen de rechterhelft mogen gebruiken. De linkerhelft is voorbehouden aan de pelgrims die al dagen op weg zijn naar Varanasi. Op blote voeten, geheel in het oranje gekleed trekken ze naar de stad. Op hun schouder dragen ze daarbij een versierde stok, waaraan aan elke kant een potje of flesje met Gangeswater bungelt. We zien er tientallen gebruik maken van de autoloze snelweg.

Aan onze kant van de weg gaat het er anders aan toe. We moeten spookrijden omdat we niet op de linkerweghelft mogen rijden. Lange drommen auto´s, bussen en motoren komen elkaar tegemoet, wat niemand ervan weerhoudt gewoon de vreemdste inhaalmanoeuvres uit te proberen. Wij hebben echter alle vertrouwen in Mr. Singh, die ons al door veel moeilijke verkeerssituaties heeft geloodst. Ook nu brengt hij ons netjes tot voor de deur van het hotel. Ik probeer iets binnen te houden van wat ik nog over heb van de lunch, waarna ik meteen mijn bed in duik, in de hoop morgen fris te zijn voor alle rituelen aan en in de Ganges. Wekker: 4:30.