donderdag 26 januari 2012

Aalbessen

Na al mijn palingexperimenten van vorige week, is mijn studieobject gewijzigd naar aalbessen. Logisch, want die staan na ‘aal’ in de encyclopedie. Helaas kan ik daar niet zulke spannende verhalen over vertellen als over palingen. Aalbessen kruipen nou eenmaal niet nog levend door een piepschuimen doos bij de fruithandelaar. Wat wel weer jammer is, want dat zou nog een interessanter verhaal opleveren dan bij de palingen.
Wel leerde ik dat er ook witte en zwarte aalbessen zijn, naast de rode die ik al kende. Vroeger stonden ze in de tuin van mijn oma en nu staan ze ook bij mijn moeder in de tuin. Zij noemt ze altijd liefkozend ‘di-j zoor krînge’. Echte moeders praten namelijk Limburgs. Ze heeft overigens wel gelijk… in een filmpje dat ik op Youtube keek over een aalbessenkwekerij noemde de eigenaar die dingen lekker zoet. Nog nooit heb ik echter een zoete aalbes geproefd, ook niet in het juiste seizoen.
Dat laatste is namelijk het probleem voor nu. Aalbessen vallen natuurlijk onder het zomerfruit. Gelukkig is daar dan toch, ondanks mijn voornemen, de Albert Heijn, zodat ik met iets mindere kwaliteit aan de gang kon om het onderstaande filmpje in elkaar te knutselen. Om toch nog iets leerzaams mee te geven: in witte bessen zit veel meer vitamine C dan in rode bessen en zwarte bessen kun je alleen maar eten als je ze eerst gekookt hebt.
Ik wilde nu aan de slag met aardamandelen, een vergeten groente, maar daarvan is de tijd net voorbij en die zijn dus echt niet meer te krijgen. Dan maar de aardappel.

woensdag 25 januari 2012

Weet je wat ik vind?

Ik vind dat schoolkantines alleen gezonde voeding mogen verstrekken. Ik vind niet dat gewelddadige games verboden moeten worden. Ik weet niet of ik vind dat veroordeelde pedofielen moeten verhuizen na hun vrijlating. Ik vind dat sites die anorexia stimuleren verboden moeten worden. Ik vind niet dat alle kinderen lid moeten worden van een sportvereniging. Ik vind dat werkgevers informatie van profielsites als Hyves en Facebook gewoon mogen gebruiken in sollicitatieprocedures. Ik weet niet of ik vind dat Nederland weg moet uit Afghanistan. Ik vind niet dat alle EU-lidstaten dezelfde taal moeten spreken. Wel vind ik dat we de euro gewoon moeten houden. Het zou prettig zijn als er een totaal rookverbod komt in de horeca, maar ik denk dat ik niet vind dat dat moet. Ik vind dat zwakbegaafde mensen geen kinderen mogen krijgen. En ik denk dat dat ik het best een goed idee zou vinden om het Suikerfeest een officiële feestdag te maken in Nederland. Winkeliers mogen geen wapen gebruiken om zich te verdedigen en doping moet in de sport worden toegestaan. Plastische chirurgie die niet medisch noodzakelijk is, hoeft van mij niet te worden verboden en scholen hoeven van mij geen gratis condooms te verspreiden. Hoogopgeleide vrouwen die niet willen werken, moeten al hun studiekosten terugbetalen. Idem voor hoogopgeleide mannen. Laten we de hypotheekrenteaftrek maar afschaffen.
Zo. Dat is weer genoeg controversiële praat voor deze morgen. Overigens vond ik al deze dingen vóór de kerstvakantie ook al en hebben de leerlingen van V5 me in de debatten nergens van overtuigd. Dat ligt echter meer aan mijn standvastigheid dan aan hun debatteerkwaliteiten, want die is, op wat ontbrekend vuur na, helemaal zo slecht niet!

maandag 16 januari 2012

Paling, the sequel

Zoals u HIER heeft kunnen lezen, was ik vorige week volledig verdiept in de paling. Vangen, doden, schoonmaken en verwerken tot mooie gerechten. In datzelfde verhaal kon u ook lezen dat er van de daadwerkelijke uitvoering daarvan maar weinig terechtkwam.
Omdat dit verhaal anders veel te kort wordt, zal ik het eerst maar even over vroeger hebben. Dat schijnen mensen ook leuk te vinden. Vroeger dus… vroeger ging ik elke zaterdag met mijn moeder en mijn zus naar de markt. Die was toen nog volledig anders ingedeeld dan nu. In de Van Berlostraat stond de visboer. Naast de stripboekenkraam was dat de voornaamste reden dat ik wekelijks meeging. Bij die visboer stond namelijk een piepschuimen doos gevuld met levende palingen. Hoe konden die beesten in leven blijven? en Het zijn net slangen. Dat waren dingen die ik dacht, hè. Omdat ik ook toen al kennisgeil was, had ik zo opgezocht hoe dat zit met overleven op het land, maar toch bleef het momentje aandacht elke week terugkomen. Ik was niet weg te slaan bij die bak.
Tegenwoordig zie je dat helaas nergens meer. En moet je een paling bij de visboer bestellen. Dat is dus precies wat ik binnenkort ga doen, maar voor nu heb ik me laten afschepen met gerookte paling, máár wel een die ik zelf nog moest fileren. In mijn rijke kookboekenbibliotheek ging ik op zoek naar leuke gerechten om het goudbruine beestje in te verwerken, maar omdat het eten voor zaterdag al geregeld was, bleef het bij een borrelhapje.
Mijn boodschappenronde begon. Mosterd had ik nog in huis, maar zoals het hoort haalde ik brood bij de bakker, een citroen bij de groenteboer, eieren op de boerderij en bieslook uit de kruidentuin van mijn moeder. Alleen de boter heb ik uiteindelijk gewoon bij de supermarkt gehaald. Bij al mijn komende experimenten wil ik de supermarkt zo veel mogelijk vermijden. Toen alles was verzameld, maakte ik dit:

Eén aanvulling kwam trouwens wel nog uit de supermarkt: de wijn. Dat komt omdat ik te weinig van wijn weet, om daar nu al veel geld aan uit te geven. Mijn keuze viel op de Sancerre, waar je HIER dan weer een recensie over kunt lezen. Ik kan wel heel interessant gaan doen, met wat ik allemaal over die wijn weet, maar ik heb mijn kennis ook maar snel uit de Grote Hamersma gehaald. Hij smaakte in elk geval erg zacht en ging uitstekend samen met de canapés!

zaterdag 14 januari 2012

Paling

In mijn doelen kon je al lezen dat ik dit jaar flink wat meergangendiners op tafel wil gaan toveren. Niet direct een doel, maar iets wat daar zeker mee samenhangt, is dat ik me ook flink verder wil bekwamen in gastronomische kennis en vaardigheden. Om dat te bereiken heb ik de Grote Larousse Gastronomique gekocht en ben maar gewoon begonnen met lezen. Elke zaterdag neem ik een lemma daaruit om wat verder mee te experimenteren en het meest logisch leek me om maar gewoon vooraan te beginnen. Deze week was dus aal of paling aan de beurt.

Van palingen wist ik niet meer dan het basisverhaaltje over de Sargasso Zee, dat je zou moeten leren op de basisschool. De Larousse zegt het volgende: Maak met een schaar een insnede vanaf de anaalopening, tot achter de kop. Haal de vis leeg. Snijd de ruggengraat en het vlees achter de keel door zonder het vel te beschadigen. Dit laatste is nodig, zodat je de kop vast kunt houden en daar grip aan hebt als je het vel er in één beheerste beweging van het beest aftrekt. Het probleem waar ik dan voor kom te staan is het volgende: als ik de nek pas doorsnij, nadát ik hem heb opengeknipt en leeggehaald, hoe maak ik het beest dan dood? Ze leven immers nog bij aankoop.

Toen begon de zoektocht in boeken en op internet. En ik kwam erachter dat palingen ernstig bedreigd zijn, doordat Fransen en Spanjaarden de riviermondingen leegvissen op glasaaltjes. Gelukkig kwam ik op internet veel sites tegen van palingvissers die duurzaam vangen en op Youtube ging ik virtueel op bezoek bij de diverse palingkwekerijen in Nederland. Daarbij zitten we nu niet in het seizoen, wat mijn experimenten misschien lastig maakt.

Over het doodmaken is veel te vinden. En daar kon ik weinig diervriendelijke manieren vinden. Ik zag van alles over levend zouten, invriezen en allerlei andere pijnlijke eindes voor die beesten. De meest diervriendelijke methode was nog om met een tang de hersenen van de paling in een keer te pletten. Kortom, en de volgende zin is ook op speciaal verzoek van @lieflotje, de meest gruwelijke en niets ontziende dierenbeulen wonen in Volendam.

Dan maar hopen dat ik een paling kan vinden die al dood ís. Wellicht hypocriet, een kreeft zou ik zo doden, maar een dier waaraan ik kan zien dat die nog lijdt na mijn handeling, laat ik toch liever door een ander vermoorden.

Vanmorgen stond ik dus bij de visboer. Ik had al verwacht dat ik een verse, dode, maar niet schoongemaakte paling, zeker buiten het seizoen, wel zou moeten bestellen. Helaas bevestigde hij dat. Omdat ik me toch erg had verheugd op het werken met paling, neem ik maar een gerookte mee, waar ik nu mee ga experimenteren. Daarover snel meer...

vrijdag 6 januari 2012

Hoe wij ons in Rome voelden als illegalen

Zondag maakten we al een lange wandeling over de Quirinaal, langs de Trevifontein en het Pantheon, waarbij we ook de Santa Maria della Concezione aandeden. Omdat de crypte die dag gesloten was in verband met Nieuwjaarsdag, besloten we maandag terug te gaan, omdat deze toch op de weg ligt naar Villa Borghese, ons doel van die dag.
Vandaag is de crypte wel open. Na een vrijwillige bijdrage van minimaal één euro mogen we erin. Het tafereel is minder luguber dan ik had verwacht, maar daardoor niet minder bizar. Niet alleen staan hier de skeletten van de voornaamste monniken uit het verleden opgesteld, maar werkelijk élke versiering die je kunt vinden, is gemaakt van menselijke resten, voornamelijk botten. De plafonds zijn rijkelijk versierd met wervels, ribben en staartbenen en zelfs de kaarsenhouders die overal hangen, bestaan uit botten. In het laatste gewelf hangt een skelet met in zijn ene hand een zeis en in zijn andere hand een weegschaal, beide gemaakt van schouderbladen, ellepijpen en spaakbenen. Bij hem staat het opschrift: wij waren wat u bent, u wordt wat wij zijn. Foto´s maken was helaas verboden hier.
Na een tussenstop bij het plaatselijke Hardrockcafé lopen we over de Via Veneto naar Villa Borghese, het park in het noorden van Rome. Het is er vandaag heerlijk rustig en het weer is prachtig. Uren wandelen we door het park, waar, net zoals in de rest van Rome, het ene monument na het andere vanuit het niets ineens voor je staat. Hier en daar moeten we uitkijken om niet overhoop gereden te worden door gezinnetjes die de macht over hun vierpersoonsfietsen verliezen. We lopen langs Bioparco, de dierentuin, waarvoor we tien euro moeten neertellen. Dat hebben we er niet voor over en wat verderop ligt het Museo Civico di Zoologia, dat vol staat met zo´n vier miljoen opgezette dieren en dierlijke geraamten. Belooft onze reisgids. Dit museum kost zeven euro, dus verkiezen we dit boven de dierentuin.
Het begin van onze reis door het dierenrijk stelt helemaal niks voor en we zijn zeer teleurgesteld. Op een berg insecten na (zo kom je wel aan je vier miljoen) zijn alle opgestelde dieren duidelijk van plastic of lelijk bijgeschilderd. In het tweede deel wordt het echter een stuk interessanter. Mocht je er ooit komen, ren dan meteen door naar dit gedeelte, waar niet alleen een boel opgezette dieren staan, maar waar ook op een mooie manier het ambacht van de taxidermist stap voor stap inzichtelijk wordt gemaakt.
We komen terug in de centrale hal. Daar is op dat moment helemaal niemand. De bedoeling is hier waarschijnlijk dat je naar buiten gaat door de deur waardoor je bent binnengekomen. Ons Italiaans is echter zo goed, dat we een andere deur nemen. We staan in de tuin van het museum en zien maar twee wegen: terug door het museum of over de smalle paadjes door de struiken terug naar het park. Mijn trots verbiedt de eerste mogelijkheid, dus nemen we de weg door de tuin tot we weer op een breder pad zijn. En daar staan tot onze stomme verbazing levende olifanten. Wederom zijn er twee mogelijkheden: het museum is behekst of we zijn op buitengewoon illegale wijze in de dierentuin terechtgekomen. Aangezien heksen bij mij op dezelfde stapel vallen als geesten, god en Sinterklaas (hoewel, die laatste hééft wél bestaan), is de keuze hier duidelijk. We hebben ons zojuist schuldig gemaakt aan een strafbaar feit. En eerlijk is eerlijk, het anders zo saaie bezoek aan een dierentuin wordt daardoor ineens wel heel leuk. We maken nog een rondje langs de dwergnijlpaarden, waarna we de dierentuin ongestraft weer verlaten.
We eten een hapje in een klein tentje aan het meer, en lopen weer verder. Vanaf de rand van het park heb je een prachtig uitzicht over Rome. We lopen naar beneden en bereiken de Spaanse trappen. Daar waren we al geweest, dus we slaan beneden rechtsaf naar het Piazza del Popolo, het grootste plein van Rome, welbekend bij de liefhebbers van Dan Brown. We nemen even de tijd om uit te rusten en te lachen om de ontzettend slechte levende standbeelden hier. Langs de Tiber lopen we weer zuidwaarts tot we Piazza Navona bereiken. Daar is momenteel een grote markt bezig die het zicht op de Berninifontein helaas een beetje ontneemt. Wel genieten we natuurlijk van het 'verplichte' ijsje bij de beste-ijssalon die ik vroeger al leerde kennen, toen we met school naar Rome gingen. 's Avonds eten we (want we zijn in Italië!) sushi. Maar dat is weer een heel ander verhaal...

donderdag 5 januari 2012

Een nieuw jaar in een eeuwige stad


Achttien euro afgezet door een vriendelijke taxichauffeur om ons hotel te vinden, maar goed: we kunnen op pad om een van de plaatsen te vinden waar vanavond een groot vuurwerk zal worden afgestoken. Onze eerste gok is het Colosseum. We wandelen door het park naar het amfitheater. Beneden op het plein eromheen zijn wel veel mensen, maar erg feestelijk ziet er het er nog niet uit. Daarbij is het pas half negen, dus we besluiten een rondje om het Forum Romanum te lopen.
We lopen linksom, passeren Circus Maximus, waarna alle straten terug richting het Colosseum zijn afgesloten met politiebewaking. We zijn genoodzaakt steeds hoger te klimmen in de smalle straatjes, tot we uiteindelijk bij de bruidstaart uitkomen. Daar komen we in een stroom mensen terecht, waarin we ons maar laten meevoeren. Dat duurt zo´n half uur, waarna we helemaal vastlopen. We komen terecht in de straat tussen het Forum Romanum en het Forum van Augustus en kunnen geen kant meer op. Overal zijn mensen en het begint me een beetje te benauwen. Iedereen probeert alle kanten op te dringen, wat slechts enkele centimeters winst per minuut oplevert. Ook wij doen mee en zo´n drie kwartier later redden we het tot de Via del Colosseo en kunnen we ons in iets mindere drukte terug naar het Colosseum laten voeren.
Daar is het inmiddels een stuk drukker geworden, maar we moeten nog vijf kwartier wachten tot middernacht. Dat zullen we ook echt op onze horloges moeten zien, want het vuurwerk knettert nu al overal om ons heen. Omdat het in een wat hoger gelegen park erg gezellig klonk op de heenweg gaan we daar een kijkje nemen. In het parkje is een Zuid-Amerikaans dansfeest aan de gang. Helaas komt de muziek uit een kastje, maar dat maakt het er niet minder feestelijk op. Je moet alleen uitkijken niet op ontploffend vuurwerk te gaan staan, want dat ligt werkelijk overal.
Ik hou mijn horloge (nou ja, mijn telefoon dan, want mijn horloge ben ik kwijt) nauwlettend in de gaten. Rond tien voor twaalf lopen we weer richting het Colosseum. Ook daar is het inmiddels erg druk geworden, maar gelukkig niet zo erg als op het andere plein. Dan begint er een vuurwerk dat reden genoeg is om héél blij te zijn dat we hier staan en niet op dat drukke plein. Vorig jaar vond ik het al bijzonder dat het vuurwerk in Lissabon vanaf monumentale panden werg afgestoken, maar nu barst er een gigantisch vuurwerk los vanuit het hart van het Colosseum!
We genieten van het vuurwerk en lopen dan op ons gemak terug naar het hotel. Opnieuw moeten we zigzaggen tussen de rotjes, waarna we na een zware uitvoeringsweek van De Sneeuwkoningin kunnen gaan uitrusten voor de tientallen kilometers die we de komende week te voet gaan afleggen.

woensdag 4 januari 2012

Doelen voor 2012

Hier had ik al aangekondigd dat ik mijn tien doelen voor 2012 openbaar zou maken via mijn weblog. Daar zei ik ook dat het Levend Monopolyspel dat ik in dat logje beschreef een doel zou worden, maar ik heb tien betere bedacht. Dat betekent overigens niet dat dat niet gaat gebeuren in 2012. Een soort subdoel dus. Hier zijn de echte:
1. Een lifter meenemen
Deze staat al jaren bovenaan mijn lijstje. Eerder zag ik ze regelmatig en altijd twijfelde ik of ik er een mee zou nemen. Maar ik wilde het stiekem wel graag een keer. Sinds ik er een doel van heb gemaakt in het officiële lijstje, heb ik nooit meer een lifter gezien. Dat wil zeggen, op die ene na, die op de weg van Aken naar Maastricht stond te liften naar Aken. Wegens non-succes geprolongeerd dus.
2. Afvallen tot onder de 90 kilo
Tja. Dit blijft natuurlijk ook altijd een heikel puntje. Jojo is my middle name. En daarvan maak ik ook geen probleem meer. Een fulltime baan in het onderwijs maakt het iemand met aanleg nu eenmaal onmogelijk om een bepaald gewicht vast te houden. Verantwoord boodschappen doen en koken kosten tijd en het onderwijs slokt al je avonden en je weekenden op. Ik ga dit jaar in elk geval weer beginnen aan de methode waarmee ik zeven jaar geleden 32 kilo in een half jaar ben afgevallen en met het vreselijkste en saaiste tijdverdrijf dat er bestaat... sport.
3. Vier doubleurs of minder halen in mijn mentorklas
Als mentor van havo 4 sta je voor een zware taak. Zittenblijfpercentages van 25 tot 40% zijn geen uitzondering. Met de juiste stimulatie op de juiste momenten kun je daar veel invloed op hebben. Mijn doel voor dit jaar is om een laagterecord van maximaal vier doubleurs (=13%) te halen.
4. Minimaal 11.000 euro voor Roemenië verzamelen
Ooit haalden we voor het project met zwerfkinderen in Roemenië dat ik vanuit mijn werk leid 10.000 euro op. Na dat topjaar is ons dat nooit meer gelukt. Na jaren van 6.000 en 7.500 euro wil ik me er dit jaar, samen met mijn collega Ilse en de acht leerlingen die meegaan voor inzetten dat topjaar te overtreffen en minimaal 11.000 euro binnen te halen.
5. Een serieuze stap verder zetten in het schrijven van toneel
Het afgelopen jaar heb ik de oorspronkelijke toneeltekst van De wijze kater van Herman Heijermans uit 1917 herschreven tot een modernere versie, die geschikt is voor leerlingen van de middelbare school. In april 2011 zal deze versie worden opgevoerd op de school waar ik werk en daarin zal ik zelf ook één van de hoofdrollen vertolken. Tussen het schrijven van een totaal nieuw en het bewerken van een bestaand script ligt één stap: een bestaand verhaal zonder oorspronkelijk toneelscript bewerken tot een toneel- of musicalversie. Die stap wil ik dit jaar maken.
6. Tien sterren bij elkaar eten
Dit doel hangt natuurlijk alleen maar af van tijd en geld. Na enige jaren weg te zijn geweest, is mijn interesse in gastronomie weer volledig terug, zowel actief en passief. Het zevende doel past bij de actieve kant, dit doel bij de passieve. Stap één wordt 21 januari gezet, als ik met mijn zus ga eten bij DaVinci in Maasbracht: de eerste twee sterren zijn dan binnen!
7. Tien meergangendiners maken voor minimaal vier personen met bijpassende wijnen
De actieve kant van doel zes dus. Tien meergangendiners maken die écht iets voorstellen, om mijn culinaire kwaliteiten terug te halen en te vergroten. Ik heb als kerstcadeau voor mezelf de Grande Larousse Gastronomique aangeschaft en ben al volop aan het lezen om nieuwe technieken en vaardigheden aan te leren. Deze diners zijn als oefening daarvoor en om meer te leren over wijn-spijscombinaties.
8. Minimaal zes landen bezoeken waar ik nog nooit ben geweest
Natuurlijk werk ik al langer aan het totaaldoel van mijn leven: alle landen ter wereld ooit bezocht hebben. De lijst is inmiddels gegroeid tot boven de 40 en moet ook dit jaar weer groeien. Omdat ik al een paar reizen gepland heb naar landen waar ik al ben geweest, en ik er toch nog wel enige uitdaging aan wil geven, heb ik mijn doel voor dit jaar gesteld op zes nieuwe landen.
9. Een zuivere tenor-C zingen
Bijna een jaar volg ik nu ongeveer tweewekelijks privé-zanglessen. Daarvoor was de fis mijn topnoot. Met een beetje geluk haalde ik af en toe een g'tje. Een jaar later heb ik al regelmatig een bes gezongen en ben ik op weg naar de tenor-c. Dat blijft vooralsnog echter te hoog gegrepen. Mijn docent zegt dat die met mijn stem gemakkelijk te halen moet zijn. Natuurlijk heeft hij er belang bij dat tegen mij te zeggen, maar ik heb er alle vertrouwen in dat hij gelijk heeft, gezien de groei van afgelopen jaar. Nog even doorwerken dus.
10. Op tv komen
De laatste keer dat ik op tv was, stamt alweer van zeven jaar geleden, toen ik 4000 euro meenam na mijn deelname aan That's the question. (Daar zou ik trouwens ook eens een logje over moeten schrijven. Niemand heeft ooit mijn monsterscore geëvenaard, maar voor de uitzending met beste spelers ooit zijn ze mij even vergeten uit te nodigen. Soms hoor ik Bert van Leeuwen nog wel eens zeggen dat de speler van die dag volgens hem de beste speler tot dan toe is, terwijl ik toch echt meer punten (256!) had). Tot zover mijn ongenoegen; het interview dat ik vorig jaar gaf voor de Roemeense nationale televisie tel ik even niet mee: ik vind het hoog tijd om weer eens op tv te komen! Ik zet in op Met het mes op tafel, maar desnoods neem ik genoegen met Lingo. (Elise?) Wellicht schrijf ik me wel in voor de najaarsserie van Topchef.
Sommige doelen zijn misschien te hoog gegrepen. Sommige doelen stroken misschien niet met elkaar (al dat eten én afvallen tot onder de 90 kilo?), maar het gaat erom dat aan het einde van 2012 minimaal vijf van deze doelen behaald zijn. Zo nu en dan, maandelijks denk ik, zal ik updates geven van de stand van zaken.

dinsdag 3 januari 2012

De zwaan

Eigenlijk is er in deze wereld maar één probleem. Dat u dat even weet. Zonder ineens moraliserende verhaaltjes op dit log te willen plaatsen ga ik toch even vertellen dat dat probleem overbevolking heet. En dat alle subproblemen (hongersnood, oorlog, religieuze conflicten, files, etc) dat als basis hebben. En dat ik vind dat het fabriceren van meer kinderen dan nodig is om de soort in stand te houden (meer dan twee per persoon dus) een misdaad is tegen de aarde en de mensheid.
Af en toe laat de natuur daarom even zien wie er de baas is. Op grote schaal, zoals bij een tsunami, een aardbeving of een epidemie, soms op kleinere schaal. Daarvan zag ik afgelopen week een prachtig voorbeeld (wat vanzelfsprekend was waar ik eigenlijk gewoon naartoe wilde met dit verhaaltje).
Ik reed op de A58 van Tilburg naar Eindhoven en kwam in de file terecht. Ook aan de andere kant van de weg stond een file, waarschijnlijk van kijkers. Natuurlijk levert dit de gebruikelijke ergernis op, voornamelijk omdat je niet weet waarom je staat te wachten. Een ongeluk? Een zondagsrijder? Een (ergernis nummer één!) inhalende vrachtwagen? Vaak kom je er ook niet achter, wat nog frustrerender is.
Na een minuut of tien zie ik dat al het verkeer zich verplaatst naar de linkerweghelft. Zou ik nu bij de bron van het oponthoud zijn aangekomen? Dan zie ik waarom de rechterhelft van de weg niet meer gebruikt kan worden: midden op de rijbaan staat een enorme knobbelzwaan het verkeer tegen te houden! Machtig, fier rechtop zoals een zwaan hoort te staan, zie je hem denken: ´Probeer mij hier maar eens weg te krijgen!´ en ´Ik zal eens even laten zien wie hier de baas is!´ Voor het geclaxonneer van de auto´s achter hem, lijkt het dier doof en hij wijkt geen centimeter.
Tevreden over deze oorzaak van de file rijd ik rustig verder. Genietend van iets kleins, zoals een zwaan op de weg en daarbij van iets groots: de zure koppen die hij in de auto´s om me heen veroorzaakt. Jammer dat je op zulke momenten nooit een camera bij je hebt...

maandag 2 januari 2012

De winter kwam eraan


De voorstellingen van De Sneeuwkoningin zitten erop. We hebben drie goede, succesvolle shows gespeeld voor ons publiek, maar vaak was het achter de schermen minstens zo interessant. Het laatste kijkje in de keuken bij deze productie vindt plaats tijdens de uitvoeringen. Wat je niet ziet, maar wel gebeurt...
Na de eerste scène moet ik razendsnel omkleden en -schminken van Trollenkoning naar mijn gewone ensemblekostuum. Bij de generale repetitie bleek dit al problematisch. Ik was niet op tijd omgegrimeerd, waardoor ik half aangekleed en zonder paraplu het podium op kwam gerend voor het lied De winter komt eraan, waarin de paraplu nogal een essentieel requisiet is. Daar hebben we van geleerd, dus bij de eerste twee echte voorstellingen gaat dit helemaal goed door een goede timing. Bij de laatste voorstelling gaat het mis, waardoor we getuige worden van een sterk staaltje crisismanagement. Ik ren de kleedkamer in en trek mijn trollenpak uit. Mijn microfoon is echter per ongeluk vastgeraakt in het pak, waardoor ik de kabel lostrek van de headset en ik het pak niet uit kan trekken. Er ontstaat paniek. Meteen wordt het kostuum kapotgeknipt om de zender los te maken en mij te bevrijden. Ik schiet in mijn ensemblepak en vlucht de grime in waar met twee man tegelijk wordt gewerkt. De een schildert de bovenkant van mijn gezicht in de juiste kleuren en de ander de onderkant. Ik hoor dat de kinderen op het podium al aan het touwtjespringen zijn, wat betekent dat ik op moet. Gelukkig is intussen mijn microfoon vervangen, waardoor die vastgemaakt kan worden en ik meteen door kan rennen naar het podium, waar ik een paraplu in mijn handen krijg gedrukt.
Halverwege de tweede helft komt de hoofdpersoon Gerda terecht bij een gevaarlijke roversbende en zij zingen Het roverslied, een lied met diverse tempowisselingen. Daardoor staat standaard de cast die niet op het podium staat in de coulissen gekke discodansjes te doen. Behalve natuurlijk tijdens de refreinen, want die moeten wij meezingen. Tijdens de laatste voorstelling gaat het achter de schermen fout. Tussen de twee shows van vandaag in hebben we soep met broodjes gegeten. Iedereen die van de erwtensoep heeft gegeten, krijgt een spontane aanval van hevige winderigheid. In de coulissen ruften we bijna over het lied heen, dus rennen we de kleedkamers in om dat geluid én de bijkomende lachsalvo´s niet door te laten klinken tot in de zaal.
Tijdens Het roverslied sta ik nog in mijn kostuum van de nichterige Prins Dennis, dus ik ga naar de grime om de roze make-up van mijn gezicht te laten verwijderen en om te kleden naar Sneeuwsoldaatje voor de laatste scène. Vlak voor ik in die hoedanigheid opga, merk ik dat ik mijn bril nog opheb. In de slotscène zit het Huillied, waarvoor ik steeds handig gebruik maak van mijn vaardigheid op commando te kunnen huilen. Daarom zet ik mijn bril in die rol af, anders zie je daar niks van. Dilemma: met bril op of bril afzetten en vasthouden en hopen dat niemand het ziet. Omdat mijn hand door de opstellingen van het ensemble steeds achter iemand anders is, kies ik voor afzetten. Na het lied heb ik een haastverkleding, terug naar Prins Dennis, maar mijn bril kan ik daar snel in de handen van een toneelmeester proppen. Achteraf blijkt dat helemaal niemand, inclusief de regisseur het heeft gemerkt.
Dit zijn natuurlijk alleen nog de dingen waar ik zelf bij betrokken was. Waarschijnlijk is er nog veel meer gebeurd, wat ik ook niet gemerkt heb, maar wat een voorstelling misschien nog wel interessanter maakt om van boven te bekijken dan van voren!