zondag 12 augustus 2012

Chitwan National Park

In Chitwan staan we weer als vanouds vroeg op. We worden verwacht bij de rivier in de buurt, waarover we met uitgeholde boomstammen tussen de krokodillen door zullen varen, op weg naar een stuk jungle waar we een wandeling gaan maken met een gids.

Net als we in de boten stappen, begint het te regenen. We varen door de brede rivier en zien inderdaad hier en daar een klein krokodilletje liggen. Diverse prachtige ijsvogels komen voorbij, maar opmerkelijk genoeg zijn het vooral de bomen aan de kant die ik erg mooi vind. Na zo'n drie kwartier varen, zien we voor ons het onheil al hangen: net voordat wij aanmeren, doet een boot vol Chinezen dat ook. Zij zijn zo ongelooflijk luidruchtig, dat de kans op het zien van interessante dieren zo goed als verkeken is.

Onze gids legt ons uit wat we moeten doen als we daadwerkelijk oog in oog komen te staan met een neushoorn. Ofwel minimaal drie meter hoog een boom in klimmen, ofwel een spelletje met dat beest gaan spelen: tikkertje om een boom tot hij het opgeeft. Het feit dat deze gids niet eens een verdovingspistool bij zich heeft, geeft nu al aan dat onze missie zinloos is: we zullen geen enkele neushoorn gaan zien, laat staan een tijger.

In het begin proberen we het inderdaad serieus te nemen en in stilte tijgeren we door het bos heen, op één groepsgenote na die het niet interesseert of de rest van de groep iets ziet en hevig dudeljoënd door het oerwoud heen stampt. Zelfs de op die manier gelokte wielewaal laat zich niet zien. Af en toe roept de gids dat hij een hert ziet. Wij zien ze echter niet. Het enige wat we wel tegenkomen is een verse afdruk van een tijgerpoot, maar ik verdenk onze gids ervan dat hij daar een malletje voor heeft, waarmee hij in alle vroegte naar deze plek gekomen is om ons te misleiden. De opbrengst van de dag bestaat uit een bloedzuiger, een rups, een duizendpoot en twee eenden, zodat deze wandeling, ook al was het een crosscountry-door-alles-heenwandeling, een behoorlijke deceptie genoemd kan worden.

Als we terugkomen in de Rhino Lodge is de temperatuur alweer naar ongekende hoogte gestegen. Dan blijkt dat het in Nepal heel gewoon is om dagelijks een powercut in te lassen: zes uur per dag wordt hier, moedwillig, waarschijnlijk uit besparing, de stroom afgesloten. Dat begint op het heetst van de dag, zodat ontsnappen onder een ventilator of in de airco onmogelijk wordt gemaakt en het eindigt als het al twee uur donker is, zodat lezen, schrijven, eten en allerlei andere zaken slechts mogelijk zijn met behulp van kaarsen. Dat laatste is slechts ongemakkelijk, het eerste ronduit sadistisch.
De enige manier om verkoeling te bereiken is de rivier die achter de lodge stroomt. Dat het water waarschijnlijk niet al te fris is, vinden we niet meer belangrijk. Probleem dat wel overeind blijft, is dat er krokodillen in zwemmen. Gelukkig is er ook voor dat probleem een oplossing, want wat verderop in de rivier zijn olifanten aan het baden. En gouden stelregel in Nepal is: waar olifanten zijn, zijn geen krokodillen. Onze zo verdiende verkoeling krijgen we dus tussen een groepje olifanten. Als volmaakte douches sproeien de olifanten het water over ons heen en elke keer als ze ons met een voltreffer raken, lijkt het door de stand van hun onderlip alsof ze ons staan uit te lachen.

De rest van de dag breng ik zo veel mogelijk in de schaduw door, maar omdat ook dat geen enkele zin heeft, kruip ik op mijn kamer in een koud bad, waar ik blijf zitten tot we, in het donker, gaan eten. Half versuft roer ik in mijn lasagna, tot om acht uur plotsklaps het licht en de ventilatie aanschiet. Zienderogen verbetert mijn toestand, zodat ik toch nog kan genieten van mijn eten, waar eindelijk weer eens fatsoenlijk vlees in zit!

Op weg naar Nepal

Na onze slapeloze nacht in de hitte van Shivpatinagar starten we met de laatste etappe in India. We maken een korte fotostop om wat prachtige vogels, door sommigen ook kutmussen genoemd, op de gevoelige plaat te zetten, om daarna zonder te stoppen door te rijden naar de Nepalese grens. Daar stappen we uit om het laatste stuk te voet te doen. Meteen zijn we omsingeld door zo'n vijftien riksja's, die allemaal onze bagage naar Nepal willen brengen.

Wij hebben voor al onze bagage vier riksja's nodig, maar ja, wie kies je? Zodra de bagageklep van de bus open gaat, ontstaat er een gevecht! Om hun inkomsten veilig te stellen beginnen alle riksjarijders als dolle honden aan onze tassen te trekken. Hoezeer wij ook duidelijk blijven maken dat wij maar vier riksja's nodig hebben, en er ook niet meer zullen betalen, onze tassen worden in eerste instantie verspreid over tien fietsen. Ze beginnen van elkaar te jatten, en gaan op de vuist tot onze spullen uiteindelijk zijn verdeeld over vijf riksja's. Nog niet wat wij willen, maar zo gaan we op pad.

Eerst moeten we langs de Indiase grenspost om ons het land uit te laten stempelen. Dat gaat onverwacht snel en helemaal niet in stijl van de visumaanvraag. Blijkbaar zien ze je hier liever gaan dan komen. Een kleine wandeling later verschaft een grote poort ons toegang tot het veel toegankelijkere Nepal. Een nieuw stickertje wordt in ons paspoort geplaatst, waarna we onze tassen opzoeken. We betalen, zoals we ze duidelijk hadden gezegd, voor vier riksjarijders. Terwijl zij alweer een nieuwe ruzie starten over de verdeling van het geld, zitten wij al lang en breed in de bus die ons naar Chitwan moet brengen.


Nepal lijkt in eerste instantie veel op Nederland. We zien niks anders dan verre uitzichten over platte weilanden met koeien. Hier en daar komt een reclamebord voorbij van Oranjeboom, het ultieme Nederlandse koppijnbier. Gelukkig komt daar snel verandering in, als we met ons busje de eerste uitloper van de Himalaya beklimmen. Op de top van dit eerste 'heuveltje' genieten we van een heerlijk noedelsoepje en van een weids uitzicht over het dal.

Na de lunch komen we in onze eerste Nepalese file terecht. Een flink eind verderop schijnt een ongeluk te zijn gebeurd. We sluiten een tijdje aan, maar als onze chauffeur in de gaten krijgt dat we geen centimeter opschieten, draait hij uit de rij en slaan we de eerste de beste zandweg in die we kunnen vinden. Na heel wat gehobbel door de plassen en over de stenen draaien we weer een verharde weg op. We hebben een heel stuk gewonnen in de rij en kunnen nu redelijk snel weer gewoon doorrijden, zodat we vroeg in de middag al Chitwan National Park bereiken, waar we onze intrek nemen in de Rhino Jungle Lodge. Je wordt hier doodgegooid met olifanten, maar de neushoorns die, niet alleen in de naam van het hotel, ons beloofd worden, zijn nergens te bekennen. Eerst maar eens even rusten, want de temperatuur zit weer eens boven mijn grens.

zaterdag 11 augustus 2012

Waar is de commissaris?

Nog één dag lange halen maken. Varanasi laten we achter ons om zo langzamerhand India te gaan verruilen voor Nepal. Een lange busrit voert ons vandaag naar het grensplaatsje Shivpatinagar, dat op geen enkele kaart te ontdekken valt.

We passeren twee op elkaar gebotste vrachtwagens met wat gewonden in de berm en kunnen lekker doorrijden. We passeren het ene na het andere dorpje tot we op een file stuiten. We staan er een klein half uur in zonder ook maar één centimeter op te schieten. Het bushulpje stapt uit om te gaan onderzoeken wat er voor dit oponthoud zorgt en dan begint de sensatie.

Het blijkt dat we in een lange file staan, omdat er in het verderop gelegen dorpje die nacht iemand is vermoord. Dat is nog nooit voorgekomen in deze contreien, dus de bevolking is hevig geschokt en heeft uit woede het dorp voor alle verkeer afgesloten. In het dorp zit een hele bende politie niks te doen, omdat de commissaris nog niet aanwezig is en als er in dit land niemand ergens opdracht toe geeft, gebeurt er hier ook helemaal niks.

Na nog een kwartier is Mr. Singh het zat. Met een felle stuurbeweging draait hij de bus uit de rij wachtende auto´s en vrachtwagens en stormt hij vol gas op de versperring af. Die blijkt niet al te stevig, dus als eerste denderen we het dorp binnen, gevolgd door vele anderen: als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Tot dat moment waren we niet allemaal even overtuigd van de waarheid van het verhaal, maar de grimmigheid in het dorp zegt genoeg. Op het centrale plein heeft zich een woedende menigte verzameld en een klein stukje verderop zit de hele plaatselijke politiemacht niks te doen.

Na een verder voorspoedige rit bereiken we Shivpatinagar. We stappen uit de bus en worden meteen tegen de vlakte geslagen door de hitte. Die lijkt hier erger dan ooit. De kamers hebben wel airco, maar het kost te veel energie om die aan te zetten. We gaan een slapeloze zweetnacht in. Er zijn wel ventilatoren, maar die werken door de temperatuur slechts als föhn. 's Nachts valt de stroom drie keer uit, waardoor het helemaal niet meer is uit te houden. Gelukkig wordt dat steeds beloond met het aanspringen van de ventilatoren, die alleen dan even enkele seconden een heerlijke verlichting geven. Erg jammer, want verder is dit een prachtig hotel in een oud jachthuis, waarvan de mooie tuinen 's avonds barsten van de vuurvliegjes en het uitzicht vanuit de kamer is erg mooi!




We weten niet hoe vroeg we 's ochtends onze biezen moeten pakken uit deze oven om dan eindelijk daadwerkelijk koers te zetten naar Nepal.

vrijdag 10 augustus 2012

Een etentje in India

Even tussendoor: geen reisverhaal, maar een simpel verslag van wat er van minuut tot minuut gebeurt als je uit gaat eten in India. Dit is slechts één ervaring, maar zeer vergelijkbaar met elk willekeurig ander restaurant hier. We zijn met vier personen.
19:00   Bij aankomst worden we naar het dak van het restaurant begeleid, niks anders dan een leeg stuk beton met wat muurtjes vol muggen en ander ongedierte.
19:10   Er wordt een tafel met vier stoelen voor ons neergezet en wij gaan zitten.
19:15   Iemand anders maant ons op te staan, omdat hij de tafel wil verplaatsen. Als dat is gebeurd, mogen we weer gaan zitten.
19:20   Iemand komt de kaart brengen, terwijl achter ons een tafel, vanaf nu te noemen: de nieuwe tafel, in orde wordt gemaakt. Onze drankjes worden opgenomen.
19:25   De drankjes worden gebracht. De ober boert heel hard in mijn gezicht, terwijl hij gewoon doorgaat waar hij mee bezig was.
19:30   We kunnen het eten bestellen. Eén van de gekozen gerechten blijkt vandaag niet beschikbaar te zijn, zodat iemand iets nieuws moet kiezen.
19:32   Ober 1 begint bij de nieuwe tafel achter ons wild met een servet in het rond te slaan.
19:36   Ober 2 trapt, bewust, heel hard op de tenen van ober 3. Deze maakt middels een hard geluid duidelijk dat hij dit niet erg op prijs stelt.
19:39   Ober 1 herschikt de stoelen van de nieuwe tafel.
19:45   Bij ons komt een ober vertellen dat één van de andere bestelde gerechten toch ook niet verkrijgbaar is vandaag. Weer moet iemand opnieuw kiezen.
19:47   Ober 1 herschikt de borden en het bestek van de nieuwe tafel.
19:50   Iedereen krijgt een leeg bord.
19:56   Twee van de vier lege borden worden weggehaald.
20:01   Er wordt een verkeerd gerecht bezorgd. We maken dit duidelijk. Ze lijken het te snappen, maar het verkeerde gerecht blijft wel staan.
20:07   Ober 1 herschikt opnieuw de stoelen van de nieuwe tafel.
20:10   De twee weggehaalde borden worden teruggebracht en de andere twee worden weggehaald, net als de verkeerde bestelling.
20:15   Het licht in het hele restaurant valt uit.
20:18   In de verte horen we een generator die begint te draaien.
20:19   Het licht gaat weer aan.
20:25   Ober 1 herschikt opnieuw de borden het bestek van de nieuwe tafel.
20:30   Anderhalf uur na binnenkomst krijgen de eerste twee mensen eten. Dat zijn de twee met een leeg bord voor zich. Deze lege borden worden verplaatst naar de mensen die nog niks hebben.
20:32   De lege borden worden weggehaald bij de twee die nog niks te eten hebben.
20:35   De andere twee gerechten worden nu ook bezorgd.
20:40   Ober 1 start een nieuwe cyclus bij de nieuwe tafel.
20:55   De ober vraagt of we’re finished. Ik zou niet weten wat ik met de lege borden nog zou moeten doen, dus stemmen we in. Door ervaring wijs geworden, vragen we meteen om de rekening.
21:05   Op de rekening staat gestoomde rijst. Die heb ik inderdaad wel besteld, maar dat heb ik niet gekregen. Welke argumenten ik ook aandraag: ik moet dat betalen, want het is al aangeslagen in de computer. Daarbij is het mijn eigen schuld dat ik hem er niet aan heb herinnerd. Het enige wat hij me kan aanbieden, is een gratis portie gestoomde rijst als ik terugkom. Dat promiset hij enige malen.
21:20   Ons wisselgeld is eindelijk berekend en dat komen ze nu brengen. Achter ons zien we al één van de obers naar de deur lopen om die bij vertrek voor ons open te gaan houden.
21:22   De deur zwaait open en we kunnen één gang en twee en een half uur later het pand verlaten.

woensdag 8 augustus 2012

Varanasi

In alle vroegte bestijgen we een serie fietsriksja´s om op weg te gaan naar de Ganges. Het is pas vijf uur, maar Varanasi is al wakker: overal zijn kooplieden bezig met handel drijven en anderen op weg naar de rivier voor een ritueel bad. Slechts hier en daar ligt nog iemand te slapen op straat of in zijn riksja.

Bij de Ganges stappen we in een enorme roeiboot: één roeier houdt een boot met 25 passagiers in bedwang. Hij heeft vooral hard te werken in het begin, als we stroomopwaarts langs de ´ghats´ varen: trappen van de straten van het hoger gelegen deel van de stad naar de rivier. Honderden mensen zijn zich aan het wassen in de rivier. Ze gaan kopje onder, drinken het water en poetsen er zelfs hun tanden mee. Opmerkelijk is dat het diepbruine water niet stinkt, maar wel zie je zo af en toe het kadaver van een geit of koe langsdrijven. Ook de menselijke resten worden, al dan niet verbrand, in deze ´levende godin´ gekieperd.

Als we ons een flink stuk stroomafwaarts hebben laten drijven, komen we aan een nog indrukwekkender deel van de stad: de burning ghats. Hier vinden openbare crematies plaats. Op dit moment zien we maar één rokend stapeltje, maar daarop kunnen we zo snel geen mens onderscheiden.



We stappen uit de boot. Nadat een groepsgenoot zich ook even in de Ganges heeft ondergedompeld, gaan we ontbijten. Daarna start een korte wandeling door Varanasi. Het is een hele kunst om alle koeienstront te omzeilen. Dit is de eerste stad waar de heilige koeien echt tot in de kleinste steegjes de weg versperren en je soms moeite moet doen er voorbij te komen. En dus vooral je best moet doen om hun producten niet aan je schoenen te krijgen.

We beginnen bij een hospice, een drie verdiepingen tellende ´bunker´ waar mensen van heinde en verre naartoe komen om hun laatste dagen te slijten: daar sterven is gunstig voor je plaats binnen het kastensysteem. Doorgaans ligt het er dus vol met oude, overlijdende mensen. Momenteel is er, misschien wel gelukkig, niemand. Vanaf hier hebben we niet alleen een mooi uitzicht over de Ganges, maar kunnen we ook de burning ghats al beter zien.

We gaan weer naar beneden en lopen door een doolhof van stapels brandhout. Er wordt ons, terecht, verzocht vanaf hier geen foto´s meer te maken. We komen op een soort verhoging terecht, rechtstreeks boven de crematieplaatsen. Nog geen vijf meter onder ons liggen vier brandstapels, waarop duidelijk mensen liggen. Op één steekt nog slechts een hoofd uit de houtstapel, op een andere zien we een onderlichaam langzaam verkolen. Hoewel je zou verwachten dat deze aanblik niet prettig is, gebeurt het met zo veel respect van de families en krijgen we er uitgebreide uitleg bij, dat het niks anders kan doen dan heel veel indruk maken.

De route wordt vervolgd en via wat tempeltjes komen we, hoe kan het ook anders, weer terecht in een winkel om de koopgrage dames een hoop textiel aan te smeren. Met drie mannen gaan we niet eens mee naar binnen en wachten we buiten in een steegje. En het wachten duurt lang. Heel lang. Gelukkig komt onze gids op een gegeven moment even naar buiten om ons een flesje frisdrank aan te bieden en een leuk verhaal te vertellen: in het verleden is ook Erica Terpstra in zijn winkeltje geweest om sari´s te passen. Lachend vertelt hij hoe de enorme lap (want meer is een sari niet) na één wikkel om haar lichaam al op was. Net als we besluiten zelf op zoek te gaan naar een tuktuk, is het hele winkelgebeuren gelukkig klaar, zodat we gezamenlijk teruggaan naar het hotel.

´s Avonds keren we terug op onze boot, voor een bijzondere activiteit. Volledig voor toeristen bedacht, maar daardoor niet minder leuk. Bij ontvangst krijgen we allemaal jasmijnslingers omgehangen en wordt de boot volgezet met brandende wierookstokjes. Opnieuw varen we de Ganges op. We kijken nog een keer van dichtbij naar de crematies. We krijgen net mee hoe twee nieuwe lichamen worden gewassen in het heilige water, voor ze de brandstapel op gaan. Een (oerhollandse zwart-wit gevlekte) koe en een geit doen zich tegoed aan de bloemenkransen die op de doden liggen.

We varen naar de overkant en leggen aan bij een zandbank. Dit blijkt echter alleen maar te zijn omdat onze roeier moet poepen. Hij loopt even uit zicht terwijl wij horen hoe zoiets in zijn werk gaat. Toiletpapier gebruiken ze hier niet, dus vegen ze hun gat schoon met hun linkerhand. Dat is ook de reden dat ze eten met hun, reine, rechterhand. Wij vragen ons echter af wat ze gebruiken om na het afvegen die linkerhand schoon te maken...

De grote boodschap is achtergelaten en we varen weer naar het midden van de rivier. Het begint inmiddels te schemeren en in de boot wordt een doos met zo´n 150 kaarsjes die kunnen drijven omgekieperd. Zo snel mogelijk worden ze allemaal aangestoken en door ons vrijgelaten op de Ganges. Na een tijdje leggen we de boot stil en kijken we om. Inmiddels is het pikdonker geworden en zien we de brandende kaarsjes zich verspreiden over de rivier. Het is een prachtig gezicht!


We zetten weer koers naar de ghatzijde van de rivier. Daar begint om half acht namelijk een nieuw ritueel. Vijf priesters staan op altaren op de kade voor een ceremonie om de vijf elementen, aarde, lucht, water, vuur en ether te danken. Ze voeren vijf keer achter elkaar dezelfde trage, negen minuten durende reeks bewegingen uit, steeds met een ander voorwerp in hun handen. Tussen tientallen boten vol meeprevelende mensen zitten we de dienst uit die me na drie minuten al verveelt. Wat hier gebeurt is leuker dan in al die christelijke diensten bij ons, maar daarvan vind ik het al knap als je het een halve minuut uithoudt.

Als we weer op de kant staan, besluiten we niet met de groep mee te gaan naar het restaurant, maar met twee anderen uit de groep terug te keren naar het hotel om daar te eten. We bestellen een tafel vol heerlijke Indiase gerechten en gaan terug naar onze kamers. Morgen ga ik een dag lekker niks anders doen dan lezen en schrijven. Even op adem komen om helemaal fit naar Nepal te kunnen vertrekken!

dinsdag 7 augustus 2012

Helse rit

De weg van Khajuraho naar Varanasi gaat een lange worden. Dit verhaal een korte: ik ben ziek. Met hoge koorts en met loperamide platgelegde darmen schok ik slapend en zwetend twaalf uur over de met stenen bezaaide wegen, tot een kilometer of vijftig voor onze nieuwe halte. We hebben geluk: in Varanasi gaan we het hoogtepunt van het Shiva-festival meepakken, wanneer duizenden in oranje geklede pelgrims zich gaan wassen in de Ganges.

Het laatste stuk weg is een vierbaanssnelweg, waarvan wij alleen de rechterhelft mogen gebruiken. De linkerhelft is voorbehouden aan de pelgrims die al dagen op weg zijn naar Varanasi. Op blote voeten, geheel in het oranje gekleed trekken ze naar de stad. Op hun schouder dragen ze daarbij een versierde stok, waaraan aan elke kant een potje of flesje met Gangeswater bungelt. We zien er tientallen gebruik maken van de autoloze snelweg.

Aan onze kant van de weg gaat het er anders aan toe. We moeten spookrijden omdat we niet op de linkerweghelft mogen rijden. Lange drommen auto´s, bussen en motoren komen elkaar tegemoet, wat niemand ervan weerhoudt gewoon de vreemdste inhaalmanoeuvres uit te proberen. Wij hebben echter alle vertrouwen in Mr. Singh, die ons al door veel moeilijke verkeerssituaties heeft geloodst. Ook nu brengt hij ons netjes tot voor de deur van het hotel. Ik probeer iets binnen te houden van wat ik nog over heb van de lunch, waarna ik meteen mijn bed in duik, in de hoop morgen fris te zijn voor alle rituelen aan en in de Ganges. Wekker: 4:30.

maandag 6 augustus 2012

Khajuraho

De oplettende lezer heeft natuurlijk gezien dat mijn laatste twee verhalen in de verkeerde volgorde zijn gepubliceerd. Vanaf nu gaan we dus weer in de juiste volgorde verder, na het bezoek aan de Taj Mahal.

Na een lange busreis, via Gwalior en Orchha, zijn we aangekomen in een zeer luxe hotel in Khajuraho. ´s Ochtends begint het programma gelukkig een keer pas om negen uur, zodat we een keer een volle nacht maken. We gaan de stad en de omliggende dorpen verkennen per fiets.

Het eerste stuk gaat vlot: asfalt naar beneden. Na een kilometer of twee passeren we een mooie tempel, waarna de weg verandert in een hobbelige zandweg vol stenen. Met ´aanloopjes´ moeten we door diepe plassen die verhullen waar het veilig is om te fietsen. Slalommend tussen koeien en geiten ploeteren we onder de brandende zon. De eerste stop is een klein boerderijtje waar we even binnen mogen kijken.

Later krijgen we uitgebreide rondleidingen door twee dorpjes. Buiten bij een grote put staan de vrouwen en kinderen zich te wassen. Overal liggen koeien, geiten en varkens. We gaan kijken op een schooltje en bij mensen thuis. In het andere dorpje wordt het kastenstelsel heel goed zichtbaar gemaakt. Eigen delen van het dorp voor elke kaste, eigen pompen voor elke kaste, etc. Interessant om te zien vind ik de inscripties op de huizen, die elke willekeurige passerende dokter informeren wanneer de kinderen voor het laatst zijn ingeënt voor tetanus en polio.




Midden in het dorp zit een oude man met een beschilderd gezicht. 'You Italian?' krijgen we naar ons hoofd geslingerd. 'No, Dutch!' reageert iemand. Meteen veert de man op en nodigt iedereen uit zijn huis te komen bekijken. Plotseling begint hij naar boven te wijzen onder het prevelen van 'Airplane, airplane'. Wij horen niks, tot er ineens, vlak boven onze hoofden, een dalend vliegtuig overkomt.

Terug in het hotel springen we meteen in het zwembad. Voor het eerst een mooi zwembad met lekker, redelijk koud water. Voor 's middags stond het westelijke tempelcomplex nog op het programma, maar dit zwembad doet ons alles vergeten. De fietstocht in temperaturen van boven de 40 graden heeft haar tol geëist en de rest van de dag genieten we in en aan de rand van het bad.

zondag 5 augustus 2012

Fatehpur Sikri

Wederom staat er een nieuwe bus voor ons klaar. Deze keer een bus die tot de grens met Nepal bij ons zal blijven. Hij wordt bestuurd door een man met een tulband en een lange baard, beide statussymbolen in India, zeker in Rajasthan, de provincie waarin we ons nu bevinden. Horden Indiase buschauffeurs heten Singh, maar ons wordt verzekerd dat alleen hij door alle anderen MISTER Singh wordt genoemd.

We hebben een lange rit voor de boeg en het grootste deel daarvan hebben we slechts wat oninteressante tussenstops: koffiepauze en lunch. Tijdens de lunch neem ik één van de twee vegetarische gerechten die me hier erg bevallen: palak paneer. Dat zijn blokjes zachte witte kaas in spinazie. Verder zien we hier en daar een aapje, diverse bijna-ongelukken en passeren we een vogelpark. Dat stond ook vermeld als optioneel programma, maar enkele jaren geleden schijnt door grote droogte het grootste deel van het reservaat te zijn uitgestorven.

De eerste echte halte is Fatehpur Sikri, een groot islamitisch complex. Jarenlang is er vroeger aan gebouwd, maar ook hier stopte de bewoning na vijftien jaar vanwege de droogte. Zonde, want het complex is erg mooi, en niet voor niks Unesco Werelderfgoed. We krijgen anderhalf uur om alles te bekijken en de waarschuwing dat hier de meest opdringerige verkopers van het land rondwandelen. Van die verkopers merken we niks, wat waarschijnlijk te danken is aan de ramadan.



Hoogtepunt van Fatehpur Sikri is de grote moskee (of eigenlijk de geit die we op de weg erheen gewoon uit een lopende kraan zien drinken). Natuurlijk moeten de schoenen weer uit, en terwijl we dat doen horen we ineens een hoop lawaai vanaf de binnenplaats van de moskee komen. We worden tegenhouden als we naar binnen willen gaan, maar door de menigte heen zien we dat er een vechtpartij aan de gang is. We wachten tot het rustiger wordt en gaan naar binnen. Meteen worden we aangesproken door een man die ons begint rond te leiden. We negeren hem, maar hij houdt niet op. Hij verzekert ons dat hij geen geld vraagt, maar dat hij er werkt en het belangrijk vindt het verhaal van de moskee te vertellen. We luisteren maar naar hem, wachtende op het spreekwoordelijke addertje. We zien dat we nog vijf minuten hebben en dat zeggen we hem. Ineens slaan we van alles over, en moeten we naar een hoekje van het plein komen. Daar heeft zijn familie een winkel en meteen worden onze handen ongewild volgepropt met spullen die we niet willen kopen. Anderhalf uur is eigenlijk te weinig om alles te zien, maar we zijn blij dat we ertussenuit kunnen knijpen, terwijl de man ons kwaad naroept.

Anderhalf uur later komen we aan in ons hotel in Agra. Er is ons een goed hotel beloofd, en de foyer is ook erg mooi (wat dus precies de truc van die hotels is), maar binnen tien minuten zijn er al tien mensen van kamer geruild vanwege een zure opgedroogde-pislucht en zelfs ratten in de slaapkamers. We drijven in een zwembad waarvan je de bodem niet kunt zien, niet alleen omdat het water zo smerig is, maar ook omdat het er 6,5 diep is. Eenheden worden voor de eenvoud genegeerd. Als we eruit klauteren blijft er een gelatineachtig laagje op ons achter.

´s Avonds eten we bij een slim restaurantje dat in de miljoenenstad Agra zichzelf The Only Restaurant heeft genoemd. Op weg erheen worden we aangehouden door een tuk-tukclub. We houden ze af, want het restaurant is op loopafstand, maar ze blijven aandringen onder het uitroepen van ´No charge! No charge!´ Ze leggen ons uit dat ze gratis eten krijgen als ze ons bij dat restaurant droppen. We stappen dus in en bezorgen de tuk-tukkers ook een goede avond. Meteen is afgesproken dat zij ons de volgende dag ook naar de Taj Mahal zullen brengen. Slimme zakenmannetjes!

In het restaurant zit al zo´n verwerpelijke Djoser-juniorgroep klaar. Ik heb al eerder geschreven dat ik het belachelijk vind om met zulke jonge kinderen naar een land als India te gaan, om goed voor de dag te komen op de hockeyclub. Die kinderen vermaken zich in een zwembad in Spanje ook als ze zonodig naar het buitenland moeten. Het zijn altijd verwende rotkinderen die een hoop lawaai maken en de hele avond door zo´n restaurant rondrennen, terwijl ouders zich aan hun eigen tafel daar niks van aantrekken.

Ramona en ik nemen het andere vegetarische gerecht dat ik erg lekker vind, namelijk de malai kofte: een soort falafel, maar dan van kaas en allerlei andere groenten dan kikkererwten. Eigenlijk de groentenballetjes waarvan de ranzige versie ook in Nederland in de schappen ligt. Hier zijn ze heerlijk en liggen ze ook in een prettig sausje voor Ramona´s anti-chili-smaakpapillen. Met wat rijst en wat naan prima weg te krijgen.

Het duurt allemaal wel weer erg lang. Hou er, als je ooit naar India gaat, rekening mee dat maaltijden zo veel tijd in beslag nemen dat ze je hele programma vernaggelen. Op een reis van 21 dagen zit je denk ik zo´n twee dagen op je eten te wachten, één dag op de rekening en één dag op je wisselgeld. Vandaag was vroeg slapen het plan, om morgen de Taj bij zonsopgang te kunnen zien, maar er komt niks van door het lange wachten in het restaurant. Uiteindelijk kunnen we echter terug naar het hotel. Morgen de eerste van veel volgende dagen waarop de wekker om vijf uur / half zes staat.

zaterdag 4 augustus 2012

In Memoriam

Vijf uur gaat de wekker, omdat we de Taj Mahal willen zien bij zonsopgang. Bij de juiste zon verkleurt het marmer namelijk, wat een prachtige weerschijn geeft. Zodra we buiten staan, zien we meteen dat onze opzet er vandaag niet inzit: dichte bewolking bekleedt de hele lucht en daarbij begint de zon al een beetje op te komen.

Met een serie tuk-tuks gaan we naar de westpoort, waar we tussen de apen en de papegaaien kaartjes kopen. Een voordeel van dit onmenselijke uur dat wel blijft staan, is dat er nog helemaal niemand is. We sluiten aan bij de metaaldetectoren voor de toegangscontrole. En dan gebeurt er iets verschrikkelijks! Voor ik dat vertel, is enige kennis nodig van het Duckie-Project.

Op initiatief van Villa des Roses reizen enkele badeendjes de hele wereld over om op de foto gezet te worden. Elise schrijft dan mooie verhalen bij die fotoverslagen. Uiteraard is één van de eendjes, de groene, in mijn bezit, en konden we hem al over de hele wereld bewonderen.

Een paranoïde soldaatje begint mij te fouilleren. Hij vindt mijn geld, mijn zonnebrandcrème en mijn camera. Allemaal geen probleem. Dan vindt hij het (plastic!) badeendje. Hij observeert het aandachtig, waarna hij vertwijfeld uitkraamt: 'Not ewauwd'. Ik probeer er nog tegenin te brengen: 'Why not, it's just a toy!' Hij denkt nog eens na en zegt in zijn beste Engels: 'Not ewauwd', waarna het eendje in de vuilnisbak belandt, tussen alle messen en ander wapentuig. Zo eindigt hier het verhaal van het groene eendje in India en wordt de Taj Mahal niet alleen een grafmonument voor de overleden vrouw van een ouwe koning, maar ook van een potentieel gevaarlijk stuk speelgoed. Vol onbegrip loop ik door naar de hoofdpoort.

Hoewel het tragische verlies in mijn achterhoofd blijft spoken, sta ik ineens vol bewondering voor de Taj Mahal. Wat een ongelooflijk prachtig bouwwerk! De camera blijft maar knippen, onder andere natuurlijk om zelf de bekende foto's te maken van de Taj die in de daarvoor gelegen vijvers spiegelt. Het volstrekt symmetrische marmeren monument, omgeven door vier torens, komt meteen tussen Chichen Itza en de Sagrada Familia in de topdrie van indrukwekkendse architectuur die ik ooit heb gezien.

Na het buitenwerk bezichtigd te hebben, willen we graag naar binnen. Om dat te mogen, moeten we eerst ontzettend vieze slofjes om onze schoenen heen schuiven, waarvoor we nog extra moeten betalen ook. Even later staan we in het hart van de Taj Mahal, bij het graf. Minder indrukwekkend dan de buitenkant, maar nog steeds ontzettend gaaf om te zien. Je zou bijna het eendje vergeten.

Terwijl we door een nieuwe soldaat worden begroet met een gigantische boer, verlaten we het complex en gaan we in de tuk-tuks terug naar het hotel voor een ontbijt. De rest van de dag neem ik wat rust om te lezen en te slapen.

's Avonds nemen we opnieuw de tuk-tuk en worden enkele keren bijna doodgereden door langsstuivend verkeer. Elke keer dat dat gebeurt, kijkt onze chauffeur schaterlachend om. We komen terecht bij het restaurant met de bijzondere naam Zorba The Buddha. Niet zo mooi als Marquis de Salade, maar toch interessant. We worden op een betonnen dakterras tussen de muggen gedeponeerd en moeten alweer verschrikkelijk lang wachten en mogen niet a la carte bestellen. Met zo'n half uur tussen de gangen, genieten we van allerlei heerlijkheden als de Lemony Lemon, de Crunchy Crunch en de Honey Bunny. De bedoeling was snel even iets te eten, maar tegen half twaalf kunnen we pas onze tuk-tukkers opzoeken om ons terug te laten brengen naar het hotel. Weer een ontzettend kort nachtje in het verschiet dus!

vrijdag 3 augustus 2012

Over Bollywood en een dodemansrit

Met een nieuwe bus vertrekken we naar het Amber Fort, een enorm bouwwerk in de omgeving van Jaipur. Onderweg moeten we even stoppen om te betalen om een foto te mogen maken van een olifant. Zo barst het hele land ook van ´slangenbezweerders´ die geld vragen om met hun tandeloze cobra op de foto te mogen. Voor de vorm spelen ze op hun fluitje, maar de dove slangen bewegen niet eens op de muziek.

Ineens zien we het immense fort oprijzen vanaf een hoge berg. Onze bus mag niet verder, dus stappen we over in kleine jeeps die ons naar de ingang boven brengen. Door de smalle weggetjes hobbelen we soms traag, soms vol gas de berg op. We passeren diverse tempeltjes en een mooie grote, terwijl de chauffeur van de jeep van alles vertelt, bijvoorbeeld dat er in dit dorpje 365 tempels zijn: één voor elke dag. Ik ben echter de enige die hem verstaat, omdat ik voorin zit, zodat ik de rest van de dag regelmatig interessant kan doen door te doen alsof ik er heel veel vanaf weet.


We kopen ons kaartje en komen, nadat we enkele gebouwen bezichtigd hebben, in een doolhof terecht waarin iedereen elkaar kwijtraakt. Overal zijn kleine gangetjes en trapjes naar alle kanten, wat van de bezichtiging een soort spel maakt. Op een gegeven moment stuit ik met het groepje waar ik mee loop op een politieagent die ons rechtstreeks naar de uitgang wijst. Blijkbaar hebben we verloren en moeten we het strijdperk verlaten. We wurmen ons opnieuw langs slangenbezweerders en rotzooiverkopers om weer op het centrale plein uit te komen. Na nog wat foto´s genomen te hebben, nemen we de jeep terug naar beneden.

De bus dumpt ons op de terugweg bij een grote textielhandel, een truc die ik al eerder heb meegemaakt in Aziatische landen, en waaraan ik een enorme hekel heb. Ik ben sowieso al niet van de winkeltjes op vakantie (souvenirs zijn zoiets wat erbij zou horen, maar waar je thuis niemand echt blij mee maakt), maar dit soort ongevraagde, opgedrongen bezoekjes vind ik echt vreselijk. Zeker wanneer ze beginnen te roepen dat ´you don´t have to buy anything´, dan zit er altijd een addertje onder het gras.

Terug bij het hotel zien we op straat een Indische man die een tampon de lucht insteekt en zo wanhopig van winkeltje naar winkeltje loopt. Waarschijnlijk is hij daar voor een toerist naar op zoek en heeft hij zelf geen idee wat hij in zijn handen heeft. Het beeld is prachtig, maar ik durf geen foto´s te maken. ´s Middags wil ik eigenlijk naar Jantar Mantar, een oud sterrenkundig observatorium, bestaande uit allerlei grote bakstenen instrumenten om metingen te verrichten. Omdat er een of ander festival in de stad is, is het observatorium echter gesloten, waardoor het een ontspannen middag aan het zwembad wordt, waarbij ik af en toe even denk aan hoe het tamponnenman zou vergaan op het moment.

Om half zes stappen we opnieuw in jeeps om op bezoek te gaan bij een Indiaas gezin. De vrouw des huizes is uitgebreid voor ons aan het koken, terwijl wij in hun tuin een biertje nuttigen. Ik zie mijn kans schoon en duik met twee reisgenoten de keuken in. We krijgen een uitgebreide uitleg van alle gerechten die de vrouw aan het maken is en over de herkomst van alle spullen die gebruikt worden in de bereiding. We mogen het kruidenrek inspecteren, alles ruiken en proeven en zijn getuige van de bereiding van pakora´s, gefrituurde groenten in een deegjasje.

Na de rondleiding is het eten ook zo´n beetje klaar, dus gaan we terug bij de rest zitten om te genieten van de heerlijke hapjes. Tussendoor stuurt de gastheer om beurten zijn kinderen naar buiten met een boek om aan ons te laten horen hoe goed ze Engels kunnen lezen. Beschaamd nemen ze ons applaus in ontvangst.

Na het eten ontdekken we India op z´n best: we gaan naar de bioscoop voor een onvervalste Bollywood-film. We worden opnieuw door iedereen aangestaard als we de kitscherige foyer betreden en veel Indiërs willen met ons op de foto. Even later gaan we zitten in de zaal voor de ruim drie uur durende, niet-ondertitelde film Cocktail. Ik heb even een 'Y tu mama tambien'-deja vu, een film waarbij ik hardhandig werd wakker gemaakt omdat ik te hard snurkte. Dat blijkt echter volledig onterecht! Een Bollywoodfilm bezoeken is een feest! Niet vanwege de slappe film, die zelfs in het Indiaas prima te volgen is, maar vanwege het meeleven van de plaatselijke bevolking. Elke keer dat er een mooie vrouw in beeld komt, beginnen alle mannen massaal te fluiten. Dat geluid zwelt aan als een vrouw zich opmaakt. Opnames van dancefeesten ontaarden in mensen die in de zaal mee beginnen te doen. Voortdurend krijgen mensen telefoon en lopen ze de zaal uit om te gaan bellen. De vrouw die voor mij zit, gaat zelfs gewoon door de film heen zitten bellen ín de zaal. Het is een leuke avond, maar ik ben toch blij als we in de pauze vertrekken.

De terugrit naar het hotel is weer spectaculair. Niet alleen kraken mijn ribben van elke hobbel die genomen wordt, maar het begint, voor het eerst sinds we in India zijn, ook te regenen en onze jeep heeft geen ruitenwissers! Het zicht door de voorruit is voor mijn gevoel echt nul geworden. Ondertussen passeren we een omgevallen riksja, waarnaast de bestuurder in een plas bloed op straat blijft liggen. Wij overleven de rit en bereiken ons paleishotel, zodat we onze spullen kunnen inpakken voor de volgende dag: op naar Agra, de stad van de Taj Mahal!

donderdag 2 augustus 2012

Een land in een trein

De ochtend begint met een zoektocht naar ontbijt. We willen met zeven mensen naar de tempel van Hanuman, maar van tevoren willen we even iets eenvoudigs eten. We lopen naar de tempel toe, een knaloranje, gigantisch hoog boven de straten uit torenend beeld van de god. We vinden pas een bananenkraampje voor die tempel, waar we een berg kleine banaantjes inslaan. We eten de banaantjes op en meteen staan we weer in het middelpunt van de belangstelling. De Indiërs vermaken zich nogal met onze aanwezigheid. Dat begrijpen we als ons wordt duidelijk gemaakt dat we offerbananen eten.




We verwijderen wederom onze schoenen en gaan, tussen de benen van Hanuman door, de tempel binnen. We kijken even rond op de begane grond, maar worden al snel naar boven doorverwezen. Daar komen we in een kamertje met een beeld van een god. Als we na de bezichtiging van het beeld de ruimte weer willen verlaten, worden we tegengehouden door een man die ons terugverwijst naar het beeld. We moeten allemaal plaatsnemen rondom het beeld en er met onze handen tegen elkaar naar kijken. Hij begint een luid gebed te zingen. Tussendoor moeten wij onze namen noemen. Hij zingt door, waarna wij moeten offeren. Natuurlijk neemt hij geen genoegen met de resterende bananen en moet dat weer een berg rupees zijn.

We krijgen gelukstouwtjes om onze polsen geknoopt en bij de dames wordt een stip op het voorhoofd geschilderd. Daarna moeten we allemaal op de foto met het beeld. Als we klaar zijn, staat bij de uitgang van de kamer de volgende man klaar om ons naar een nieuw beeld te brengen. Man 1 steekt het geld op de offerschaal van beeld A snel in zijn zak, terwijl man 2 al klaar staat om te gaan bidden bij beeld B. We zien overal andere kleine ruimtes en voorzien ook mannen 3 tot en met 17 en de beelden C tot en met Q. Als man 2 even niet oplet vluchten we naar beneden en de tempel uit. Daar kunnen we uiteraard nog een keer betalen om onze schoenen terug te krijgen. Het kwik is de 40 graden alweer ruimschoots gepasseerd, dus de rest van de morgen brengen we door in de airco van ons hotel.

Tegen één uur gaan we met de bus naar het centraal station van Delhi. Het is een enorm station met veel sporen en lange treinen, waar wij de weg onmogelijk zouden kunnen vinden, dus geven we onze bagage mee aan kruiers met de boodschap dat we naar Jaipur op weg zijn. Iedereen volgt zijn eigen bagage tot bij de juiste trein, waar we dan nog een uur hebben om wat te snacken in te slaan voor de ruim vijf uur durende treinreis. Gebruik maken van de trein kan in India alleen op reservering, dus op de deur van ons rijtuig hangt een lijst met onze naam erop. We zien dat mevrouw Geers en meneer Beerens plaats mogen nemen op stoel 23 en 24 tijdens de rit van Delhi naar Jaipur.


In de trein leeft de stad gewoon verder. Indiërs hebben volledige maaltijden mee naar binnen genomen en beginnen uitgebreid te eten. Ze delen ook uit en zijn erg nieuwsgierig. Alle Europeanen worden uitgebreid ondervraagd, met name over hun gezinssituaties en hun medische gesteldheid. Daarna vertellen zij ook alles over zichzelf. Tussendoor komen er regelmatig mensen langs om dingen te verkopen: chips, thee, soep, mangosap. Met grote gevulde emmers en ketels banen ze zich een weg door het gangpad. Boven de zitplaatsen hangen bedden waarop veel mensen liggen te slapen. Er passeert iemand die met een spuitbus toiletverfrisser de gordijnen die de compartimenten van elkaar scheiden besprayt. Een reisgenoot wordt gevraagd een kwaliteitsenquête in te vullen. Lekker anoniem moet hij naast zijn oordeel ook zijn naam en andere gegevens invullen, terwijl de onderzoekers, jongens van een jaar of zestien, staan mee te kijken wat hij allemaal invult.

Na vijf lange uren betreden we met houten konten het station van Jaipur, de roze stad. Dat heeft niks met groots opgezette Gay Prides te maken, maar slechts met de kleur van de gebouwen in het oude gedeelte van de stad. Meteen staan er weer kruiers klaar die per persoon vier van onze zware tassen mee slepen. Eén in elke arm en twee op elkaar op hun hoofd. Zij brengen ons naar de bus die ons naar het hotel zal brengen. In het centrum is de drukte nog heviger dan in Delhi. De oorzaak daarvan ligt met name in de ramadan: de zon is net ondergegaan en alle moslims gaan de straat op om te gaan eten. Het duurt dus een tijdje voor we aankomen bij het prachtige hotel Bissau Palace. De naam zegt al genoeg: het is echt een paleis met prachtige binnenplaatsen, tuinen, een zwembad en mooie, allemaal verschillende slaapkamertjes. We dineren met de hele groep in het hotel. De snelheid van de bediening is aangepast aan de temperatuur, waardoor we de rest van de avond doen over het eten.